Arctica islandica [Linnaeus, 1767]
Noordkromp
index - tweekleppigen - Arcticidae - Arctica
 Overzicht  
 Beschrijving Een grote, zware schelp, met een stevig slot.
 Lijkt op Amerikaanse venusschelp, belangrijkste verschil is het ontbreken van een mantelbocht in de Noordkromp. De Noordkromp is ook ronder.
 Vindplaatsen Een enkele keer op het strand, de meeste kans maakt u op de oostelijke waddeneilanden
 Tijdvak vanaf vroeg krijt3
 Etymologie Krom; niet recht, niet vlak, scheef. Die vorm ligt besloten in de naam "Noordkromp". De schelp van dit weekdier is sterk bolvormig ietwat getordeerd, en met geen mogelijkheid recht te noemen. De overwegend noordelijke verspreiding verklaart eenvoudigweg het toevoegsel noord in zijn Nederlandse naam3, maar ook het Islandica uit de latijnse naam.
 Synoniemen Cyprina islandica [Linnaeus 1767], Venus islandica [Linnaeus 1767], Arctica islandica [Schumacher 1817], Cyprina islandica [Lamark 1818]
 Bijzonderheden Vrouwelijke schelpen vaak groter dan mannelijke3, kan ook parels maken3
 
 Het leven  
 Bevruchting Zomer en vroege herfst4. In de USA zelfs vanaf Mei tot November (Rhode Island)5
 Embryonale fase eieren zijn planktonisch5, ei grote tussen 80-95 µm5.
 Larvale fase 32 (bij 13°C) - 55 dagen (bij 8.5-10°C)5, planktonisch5. Bij temperaturen boven de 15°C, is er sprake van afnemende groei en zelfs van het stoppen van de groei.3 De larve doorloopt drie stadia; uit de bevruchte eieren komt eerst een trochophore larvae, die zicht ontwikkeld tot een veliger larvae (160-190 µm), wat de eerste larve fase is met een tweekleppige schelp, en daarna ontwikkeld zich de pediveligers wat een soort zwemmende-crawlende fase is waarin de voet zich ontwikkeld.5. Gedijen het beste bij 14-18°C5
 Broed 230-290 µm3
 Juveniele fase De eerste twee jaar is de groei ongeveer 18,5 µm per jaar, het derde jaar ongeveer 7.3 µm per jaar5. Tussen de 9 en 20 mm is de gemiddelde jaarlijkse groei ongeveer 9.5 mm/jaar5
 Geslachtsrijp 3-7 jaar afhankelijk van geslacht (vrouwen eerder dan mannen) en lokatie, 40-55 mm3. In Nova Scotia was de gemiddelde leeftijd voor sexuele volwassenheid 13.1 jaar voor mannelijke exemplaren (49.9 mm) en 12.5 jaar voor vrouwelijke (49.2 mm).5
 Groei De groei is de eerste twintig jaar vrij snel maar gaat steeds langzamer naarmate het dier ouder wordt.4 Oudere exemplaren (> 50 mm) groeien in een jaar over het algemeen minder dan 1 mm/jaar en soms helemaal niet5. De groei is negatief afhankelijk van het aantal exemplaren per oppervalkte eenheid en temperatuur.
LeeftijdHoogtePeriostracumGroeilijnen
7.5 maanden1-6.5 mm
1 jaar6.5 mmbleek geelZichtbaar onder microscoop
10 jaar45 mmgeelbruinzijn duidelijk zichtbaar
???50-60 mmgaat van bruin over naar zwart
 Levensverwachting 374 jaar
 Voedsel phytoplankton, twee filter periodes wisselen elkaar af met twee verwerking periodes per 24 uur.5
    Filtratie snelheid 700 ml/uur voor 26 mm grote exemplaren en 7 l/uur voor 83 mm grote exemplaren, maar is sterk afhankelijk van temperatuur en de grootte van de deeltjes3
    Filtratie efficientie 11-14 %3
 Vijand Eidereenden, zwarte zeeeend, meeuwen, vissen (kabeljauw, schelvis, donderpad, puitaal), wulken en noordhorens, krabben, zeesterren, de mens, visserij3,5
 Symbiose Via commensalisme wordt de Noordkromp gebruikt door de worm Malacobdella grossa. De worm kan meestal gevonden worden tussen de mantel epithelium en de kieuwen.3
 Habitat Van net onder de laagwaterlijn tot 482 m diepte3, grootste dichtheid bij 25-61 m diepte5. Meestal niet diep in het zand. Opening der sifonen gelijk met de oppervlakte1. Heeft een voorkeur voor fijn sediment, maar leeft ook op grof zand en gravel3.
 Dichtheden Tot wel 100 individuen per m2, in de Noordzee ongeveer 0.18 per m2 bij de oestergronden tot 16 per m2 bij de Fladen Ground3/sup>.
 Voortbeweging kan zich enkele cm ingraven onder het sediment. Hier kan het tot 24 dagen overleven door gebruik te maken van anaerobische metabolisme3
 Saleniteit tot 16‰3
 Temperatuur 0°C - 20°C (optimaal tussen 6-16°C), de 16°C zomer bodem temperatuur isotherm, lijkt de limit te zijn.3,5
 Verspreiding Noord-Atlantische Oceaan; aan de Amerikaanse zijde van New Foundland tot Cape Hatteras, IJsland tot de Faroe eilanden, in de Witte zee en van de Barentz zee tot de golf van Biscay aan de Europese zijde. In de Oostzee alleen in het zuid-westelijke deel.1,3. In de Noordzee vanaf de 53°30'N vanaf 30 meter water diepte en dieper.3 Volgt waarschijnlijk de zomerse 16° isotherm.5
 
 De Schelp  
 Basis vorm rond2
    Hoogte 108 Hoogte: 108
    Lengte 115 mm
    Breedte 67 Breedte: 67
    Dikte 10 mm
    Onderrand glad2
    Achterrand oude exemplaren vaak afgeplat1
    Gelijkzijdig nee2
    Gelijkkleppig ja2
 Umbo tamelijk bol1
    Apex naar voren gebogen1, steekt uit2
 Periostracum  
    Periostracum kleur in jonge exemplaren geelbruin bij oudere bruin of zwart1,3. De zwarte kleur wordt veroorzaakt door het neerslaan van ijzer en mangaan verbindingen.3
 Ostracum  
    Ostracum dikte CaCO3 (aragoniet)
    Ostracum kleur bleek-paarsachtig, vaak ook tinten van geel en oranje2
    Ostracum structuur zonder glans1
    Groeilijnen fijn, grover aan voor en achterzijde1. jaarlijkse periodiciteit, staan bij grotere exemplaren (> 60 mm) zo dicht op elkaar dat ze niet meer te tellen zijn.3
 Hypostracum CaCO3 (aragoniet) in platen, vanaf de mantellijn tot de umbo, gevormd door de mantel4
    Binnenkant kleur wit1
    Binnenkant structuur iets glanzend1
 Slot  
    Ligament uitwendig2
    Tensilium plek uitwendig1
    Slot-type heterodont2
    Cardinale tanden 2
       Voorste cardinale tanden L: kort en hoog
R: kort en hoog
       Achterste cardinale tanden L: lang
R: breed de voor- en achterkant verhoogd
    Laterale tanden L: 2
R: 3
       Voorste laterale tanden L: 1, kort en onregelmatig gevormd
R: 2, boven elkaar; de bovenste zeer zwak, de onderste lang en onregelmatig, loopt onder de cardinale tand door
       Achterste laterale tanden L: 1, is de verlenging van de ligament drager, kort
R: 1, is de verlenging van de ligament drager, lang
    Mantelbocht nee1
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 21
       Voorste sluitspierindruksel ovaal2
       Achterste sluitspierindruksel enigzins driehoekig2
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand vrij over bijna de gehele omtrek1
 Siphonen kort1
 Sluitspieren  
 Voet  
 
 Bronnen  
 Foto verantwoording Schiermonnikoog 2009
 Tekst
  1. Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
  2. Kaas en Ten Broek, P., Nederlandse Zeemollusken, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1942
  3. Witbaard, Rob, Tree of the sea : the use of the internal growth lines in the shell of "Arctica islandica" (Bivalvia, Mollusca) for the retrospective assessment of marine environmental change, Groningen, 1997, online Desertatie
  4. Arctica Islandica facts.doc
  5. Luca M. Cargnelli, Sara J. Griesbach, David B. Packer, Eric Weissberger, Ocean Quahog, Arctica islandica, Life History and Habitat Characteristics, U. S. DEPARTMENT OF COMMERCE, Massachusetts, 1999
 Meer informatie
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl