logo
Pectinidae [Rafinesque, 1815]
index - tweekleppigen - Pectinidae
 Overzicht  
 Tijdvak: zijn al bekend vanuit het Carboon.
 Bijzonderheden: de voet wordt ook gebruikt om de schelp te poetsen en kan hij hinderlijke voorwerpen uit de schelp verwijderen.
 
 De Schelp  
 Basis vorm: ovaal of bijna rond
 Bovenrand: recht
 Oren: 2; voorste vaak smaller dan achterste
 Apex: in het midden
 Periostracum  
    Periostracum kleur: bruin
 Ostracum  
    Ostracum kleur: Zeer variabel
    Radiale sculptuur: Bijna alle soorten waaiervormige ribben van de top naar de onderrand.
    Area: smal
 Slot  
       Ligament vorm: driehoekig
       Ligament plek: in het midden van de bovenrand
       Resiliumveld: driehoekige holte
       Cardinale tanden: 0
       Laterale tanden: 0
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand: vrij
 Mantelogen: ja, bezitten goed ontwikkelde maar uiterst kleine ogen die langs de rand van de vlezige mantel zijn geplaatst. De Pectinidae reageren onmiddellijk op veranderingen in lichtintensiteit of nabijgelegen bewegende voorwerpen. De ogen reageren op licht en donker, maar hebben geen beeldvorming.
 Mantellijn: enkelvoudig
 Ctenidia: twee kieuwen, een linker en een rechter, elke weer in twee kieuwplaten verdeeld
    Mantelbocht: Mantelbocht:
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels: 1
       Voorste sluitspierindruksel: 0
       Achterste sluitspierindruksel: 1, bijna centraal iets achter het midden en is duidelijk uit twee afdelingen samengesteld: een groot rond stuk met dwarsgestreepte spiervezels, dat de zwembeweging uitoefent en een klein stuk, dat aan de achterzijde sikkelvormig tegen het ronde aan ligt, met overlangs gestreepte spiervezels, die de schelp gesloten houden.
 Voet  
    Voet vorm: klein, vingervormig, bij voorste schelpopening, onder het voorste oortje
 Byssus  
    Plek byssusklier: een overlangse spleet in de voet
    Byssusklier: ja
    Byssusopening: ja, nabij de oren
 Geslacht: Kunnen hermafrodiet of van twee geslachten zijn (maximus, opercularis en varius zijn hermafrodiet, tigerinus en distortus onbekend).
 Mannelijke geslachtsklieren: lichtgeel
 Vrouwelijke geslachtsklieren: oranjerood
 
 Het leven  
 Voorbeweging: Sommige soorten Pectinidae zijn bekend om hun zwem capaciteit. Een Pectinidae zwemt door water op te nemen door zijn klep te openen, waarna hij bij het sluiten van de klep het water met grote kracht aan de scharnierkant eruit spuit, door middel van het velum. Het velum is een gordijnachtige vouw van de mantel die wordt gebruikt om de stroom van het water rond het scharnier, als beweegbare stralen, of de vleugels te leiden. Het normale zwemmen is in de richting van klep opening, maar de Pectinidae kan scherp van richting veranderen door gebruik van het velum.
 Larvale fase: Larvale schelpen bezitten en taxodont slot
 Habitat: Van ondiep tot zeer diep.
 Verspreiding: Alle zeeën van de wereld, in de tropen veel rijker aan soorten dan in de gematige breedten.
 
 Bronnen  
 Literatuur: 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl