home | nieuwsblad | informatie
Lutraria Lamarck, 1799
NL Otterschelpen
Determinatie

Gewone otterschelp De mantelbocht valt niet samen met mantellijn en achterste laterale tanden zijn aanwezig? Ja
Gebogen otterschelp Heeft de schelp geen achterste laterale tanden? Ja
Smalle otterschelp met andere kenmerken? Ja
 Overzicht 
 EtymologieDe naam otterschelp berust op een schrijffout. Het leefgebied Lutum (slik) waarnaar het dier vernoemd had moeten worden als Lutaria werd per ongeluk geschreven als Lutraria en dat betekend 'otter'.A
   
 De Schelp 
 Basis vormlanggerekt ovaal, zijdelings samengedrukt
    Voorrandgapend
    Achterrandgapend
    Gelijkkleppigja
 Umboweinig gewelfd
    Apexvoor het midden, weinig uitstekend
 Periostracum
    Periostracum kleurbruingeel
    Periostracum structuurvezelig
 Ostracum
    Ostracum kleurWit of geelachtig.
    Ostracum structuurOndoorschijnend, met zachteglans
    Lunulaniet duidelijk verschillend van de rest van de schelp
    Areaniet duidelijk verschillend van de rest van de schelp
    Binnenkant kleurwit
    Binnenkant structuurzacht glanzend
    Umbonale holteweinig gewelfd
 Slot
    Ligamentgedeeltelijk uitwendig, gedeeltelijk inwendig, kunnen door een kalkstrookje gescheiden zijn
    Resiliumveldchondrofoor
       Chondrofoorsteekt schuin achterwaarts in de inwendige schelpruimte uit
    Slot-typeheterodont
    Cardinale tandenL: 1; reikt niet tot aan de bovenrand, in het midden tot een driehoekig dakje gebogen. Vlak achter het achterste been van dit driehoekje, en ongeveer parallel ermee, loopt nog een smalle rand van kalk tussen de tand en de chondrofoor.
R: 2; die aan de toppen elkaar niet raken, maar wel heel dicht naderen
L: vergroeid tot een omgekeerde V-vorm
       Voorste cardinale tandenL: Kan 1 minder ontwikkelde voorste tand hebben
R:
       Achterste cardinale tandenL: kan 1 korte achterste tand hebben
R:
    Laterale tandenglad
R: 4
L: 2
       Voorste laterale tandenzeer zwak tot afwezig
       Achterste laterale tandenkan achter de chondrofoor voorkomen; kort
    Mantelbochttot het midden reikend
 Sluitspieren
    Sluitspierindruksels2; hoog, vlak onder de bovenrand
   
 Het Weekdier 
    SiphonenLang, grotendeels door een gemeenschappelijk omhulsel van vezelige constructie omgeven, aan de uiteinden gescheiden.
    Voet vormgroot en breed
    Voet kleurwit
 Byssusnee
 Radula
 Spieren
 Voortplantingsorganen
   
 Het leven 
 Habitatleven ondiep ingegraven in zand, schelpengruis of modder.
 VerspreidingSlechts enkele soorten in Europa, Indische Oceaan, Japan, Zuid- en West-Afrika.
   
 Bronnen 
 Literatuur
  1. Fauna van Nederland Mollusca (I) C. Lamellibranchia - Benthem Jutting, Tera van ; XII ; A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V. , 1943

 Websites
  1. www.zeeinzicht.nl

 
2006 - 2019 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl