Determinatie strandvondsten



Gewervelden: zijn tweezijdig symmetrisch en hebben een inwendig skelet met een wervelkolom. De cellen hebben een celkern, geen bladgroenkorrels en geen celwand.

Vogels Heeft het gevonden dier veren, twee poten, 2 vleugels en een snavel?

ja

Zeehonden Heeft het gevonden dier een vacht (haren), twee zwempoten, en een staart?

ja

Visachtige zoogdieren (walvissen, dolfijnen) Heeft het gevonden dier geen kieuwdeksels, maar een luchtgat aan de bovenkant, en staat de staartvin horizontaal?

ja

Vissen Heeft het gevonden dier kieuwdeksels en een staartvin die vertikaal staat en is de huid bedekt met schubben?

ja

Kraakbeenvissen (haaien, roggen) Heeft het gevonden dier kieuwen en een staartvin die vertikaal staat, maar heeft het geen schubben?

ja

Haaie-eieren Is de vondst (bijna) rechthoekig, licht of donkerbruit met aan één kant uitlopers die naar elkaar buigen en waaraan gekrulde draden zitten?

Ja

Rogge-eieren Is de vondst (bijna) rechthoekig, zwart, donkerbruin of donkergroen met op elke hoek een "stekel", is het redelijk plat?

Ja


Manteldieren: Hebben een huid van cellulose en bezitten twee buisvormige openingen (een instroom en een uitstroom opening). De cellen hebben een celkern, geen bladgroenkorrels en geen celwand.

Zakpijpen (opstaand) Is de "huid" taai, leerachtig of kraakbeenachtig en heeft het twee openingen? Normaal zit het dier vast gehecht aan een harde ondergrond. Als het lichaam tegen het licht gehouden wordt zijn meestal de ingewanden zichtbaar.

Ja

Zakpijpen (korstvormend) Vormt het dier een kraakbeenachtig massa op een oppervlak, maar bestaat het bij vergroting (10x) niet uit een een kalkachtige verdeling in vakjes?

Ja


Mosdiertjes: zijn tweezijdig symmetrisch met een uitwendig skelet van kalk (bruist in zoutzuur) waarmee ze kolonies vormen

Mosdiertjes (rechtop staand) Lijkt het op een plantje, blad- of struikvormig, maar is het grijs of witachtig van kleur en bestaat het bij vergroting (10x) uit kleine vakjes met een kalkachtige rand?

Ja

Mosdiertjes Bestaat de vondst uit een kalkachtige platte structuur op een harde ondergrond en bij vergroting (10x) bestaat het uit meerdere doosjes?

Ja

Mosdiertjes (zeevingers) Bestaat de vondst uit een kraakbeen- of rubberachtige massa die bruin, grijs, wit en mogelijk iets transparant is?

Ja


Stekelhuidigen: veelzijdig symmetrisch met een inwendig skelet van kalk en waarbij de huid is bedekt met stekels of knobbels. (Leven in zee.) De cellen hebben een celkern, geen bladgroenkorrels, geen celwand.

Zee-egels Is het dier radiaal symmetrisch met een bol lichaam, met een inwendige versterking van kalk? Bij verse exemplaren heeft het dieren stekels of stevige haren.

Ja

Zeesterren Is het dier radiaal symmetrisch met een centraal plat lichaam en daarom heen meestal 5 of meer armen, met een inwendige versterking van kalk?

Ja


Geleedpotigen: tweezijdig symmetrisch met gelede poten (vandaar de naam) en een uitwendig skelet van chitine, een hoornachtige stof, dat als een soort pantser over het lichaam zit en niet mee kan meegroeien. Alleen door vervelling kunnen ze groeien een uitzondering hierop zijn de pokken en de eendenmossels.

Eendenmossels Is het dier bilateraal symmetrisch met een uitwendige versterking dat bestaat uit platen en zit het met een "slurfachtige" structuur vast aan een harde ondergrond?

Ja

Zeepokken Heeft het dier een uitwendige versterking dat bestaat uit kalkplaten en zit het daarmee vast aan een harde ondergrond, is de bouw vulkaan- of zuilvormig en wordt het geheel met twee klepjes afgesloten?

Ja

Garnalen Heeft het dier een goed ontwikkeld achterlijf met een staart dat niet onder het lichaam geslagen is, is het lichaam iets zijdelings samengedrukt, heeft het achterlijf meestal een knik tussen het derde en het vierde segment en zit aan de buitenzijde van het basale lid van de antennulae een geschubd aanhangsel (styloceriet)? Als je het dier tegen het licht houd is het min-of-meer licht doorlatend.

Ja

Molgarnalen Is het achterlijf goed ontwikkeld en relatief lang (meer dan 10x zo lang als breed), is het achterlijf niet geknikt tussen derde en vierde segment? Molgarnalen vind je op het strand voornamelijk na zandsuppleties daar ze uit een wat dieper deel van de Noordzee komen en dan nog zijn het meestal alleen de scharen

Ja

Kreeft Heeft het dier een uitwendige versterking dat bestaat uit chitine en is de eerste pereiopode vergroot tot een schaar, is het achterlijf goed ontwikkeld, niet onder het lichaam geslagen en kent het ook geen knik tussen het derde en het vierde segment, is het vierde en vijfde paar looppoten gelijk ontwikkeld en zit aan de buitenzijde van het basale lid van de antennulae geen aanhangsel (styloceriet)?

Ja

Krabben Heeft het dier een uitwendige versterking dat bestaat uit chitine en is de eerste pereiopode vergroot tot een schaar, heeft het 4 paar min-of-meer gelijke looppoten, is het achterlichaam omgevouwen onder het lichaam en zitten er geen peddels meer aan het einde van het lichaam? Aan de buitenzijde van het basale lid van de antennulae zit geen aanhangsel (styloceriet).

Ja

Anomura Vijfde, en soms ook het vierde, paar looppoten (pereiopoden) duidelijk smaller of korter dan de voorgaande paren. Soms lijkt het vijfde paar zelfs te ontbreken. Het kan ook zijn dat het gehele achterlijf schuilgaat in een slakkenhuis dat al dan niet begroeid is met Ruwe Zeerasp. Aan de buitenzijde van het basale lid van de antennulae zit geen aanhangsel (styloceriet).

Ja

Zeespinnen Heeft het dier een uitwendige versterking dat bestaat uit chitine met 8 gelede poten en duidelijke snuit aan de voorkant?

Ja

Pissebedden Heeft het dier een uitwendige versterking dat bestaat uit chitine met gelede poten en is het relatief plat?

Ja

vlokreeftjes Heeft het dier een uitwendige versterking dat bestaat uit chitine met gelede poten en is het relatief small?

Ja


Weekdieren: tweezijdig symmetrisch

Inktvissen Heeft het dier een week lichaam met 8 of 10 armen en heeft het geen uitwendige versterking? een inwendige versterking kan aanwezig zijn.

Ja

Huisjesslakken Heeft het dier een week lichaam met een voet waarop het zich voortbeweegt, de kop heeft twee voelsprieten, en heeft het een uitwendige versterking in de vorm van een slakkenhuisje, een chinees hoedje of een mutsje?

Ja

Naaktslakken Heeft het dier een week lichaam zonder interne of externe versterking, zonder poten maar een voetzool waarop het kruipt en heeft het op zijn kop twee voelsprieten?

Ja

Stoottanden Heeft het dier een week lichaam met een cylindrische of conische schelp die aan twee kanten open is? Kan zowel recht als gebogen zijn.

Ja

Tweekleppigen Heeft het dier een week lichaam dat omsloten is door twee schalen die het dicht kan doen? Meestal vind je op het strand een enkele klep, maar aan de top en het slot kan je dan toch vaak al zien dat er een tweede klep geweest is.

Ja


Wormen: tweezijdig symmetrisch zonder inwendig of uitwendig skelet. Het lichaam is lang en dun.

Ringwormen Is het dier radiaal symmetrisch zonder inwendige of uitwendige versterking, is het lichaam lang en dun, waarbij de doorsnede rond is en bestaat het lichaam uit segmenten (ringen in het lichaam)? De dieren kunnen een zelfgemaakte koker hebben waarin ze leven van kalk of van aan elkaar geklitte zandkorrels of schelpfragmenten.

Ja

Rondwormen of snoerwormen Is het dier radiaal symmetrisch zonder inwendige of uitwendige versterking, is het lichaam lang en dun, waarbij de doorsnede rond is en het lichaam niet gesegmenteerd is?

Ja

Platwormen Is het dier radiaal symmetrisch zonder inwendige of uitwendige versterking, is het lichaam lang en dun, waarvan de doorsnede plat is?

Ja


Holtedieren: veelzijdig symmetrisch met meestal geen skelet. Ze zijn gebonden aan een leven in het water en vangen met tentakels hun voedsel.

Kwallen en overige medusa Is het dier radiaal symmetrisch zonder inwendige of uitwendige versterking, het lichaam is schijfvormig of vormt een halve bol, al dan niet gekleurd of getekend, is doorzichtig gelei-achtig en zit niet vast gehecht aan een ondergrond?

Ja

Ribkwallen (Ctenophora) Is het dier radiaal symmetrisch zonder inwendige of uitwendige versterking, heeft het dier een doorzichtig gelei-achtig, slap lichaam met gekamde ribben, ribbels die van boven naar beneden lopen en zit het niet vast gehecht aan een ondergrond? Er zijn geen netelcellen aanwezig?

Ja

Bloemdieren Is het dier radiaal symmetrisch zonder inwendige of uitwendige versterking, heeft het een gekleurd of getekend, niet doorzichtig, gelei-achtig lichaam dat stevig aanvoeld en zit het vast gehecht aan een ondergrond, of heeft het de mogelijkheid daartoe?

Ja


Sponzen: niet-symmetrisch met een inwendig skelet van harde naalden van kalk of hoornstof. Leven vastzittend in de zee.

Planten: Cellen hebben wel een celkern, wel bladgroenkorrels en wel een celwand.

Planten Heeft de plant wortels waarmee het gehecht zit in de grond? Daarnaast heeft de plant een stengel en bladeren en leeft voornamelijk op het land, maar kan ook in zee voorkomen, zoals zeegrassen.

Ja

Wieren (grote algen) Heeft de plant geen wortels waarmee het in de grond zit? Het kan wel, maar hoeft niet, wortelachtige structuren hebben waarmee het gehecht zit op een harde ondergrond. Groeien in het intergetijdengebied en net onder de laagwaterlijn op rotsachtige kusten of drijven vrij in het water.

Ja


Schimmels: Hebben wel een celkern, geen bladgroenkorrels en wel een celwand.

Paddestoelen Groeien op zandstranden aan de duinvoet of in de duinen.

Ja

home  © 2006-2017 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl