| Vorm | : | ovaal |
| HoogteDe maat van top tot onderrand | : | 40 mm |
| LengteVan apex tot opening, voornamelijk bij stoottanden | : | 30 mm |
| SemidiameterCommissuurvlak tot grootste bolling | : | 18 mm |
| PeriostracumHet periostracum is in het Nederlands bekend als de opperhuid. Het is de buitenste laag van de schelp, opgebouwd uit conchioline vermengd met kalk, en beschermt de schelp tegen de inwerking van (zee)water en zuren. | : | ja 1 |
| Dikte | : | zeer fijn 1 |
| Structuur | : | iets vezelig |
| Kleur | : | geelgrijs, met bruine en grijze zigzag-, of vlammen-, of blokjestekening |
| Structuur | : | iets glanzend |
| ParallelDe structuur parallel aan de groeilijnen | : | talrijke, dunne, concentrische richels 1 |
| HaaksDe structuur haaks op de groeilijnen | : | niet aanwezig of slechts zeer fijn 1 |
| AreaEscutcheon of rugveld; Een min of meer duidelijk begrensd langwerpig veld achter de umbonen bij een deel van de tweekleppigen, naast en achter het uitwendig ligament. In het algemeen is het afwijkend van sculptuur van de rest van de schelp. | : | niet duidelijk, meer in kleur dan in sculptuur te onderscheiden |
| Aantal | : | 3 |
| LateraalDe laterale tanden liggen wat verder verwijderd vanaf de top en zijn vaak wat langer gerekt. | : | ja |
| Beschrijving | : | zwak of niet ontwikkeld |
| Binnenzijde | : | 1 |
| Kleur | : | rose of goudgeel, vaak aan de randen met een paarse tint |
| Structuur | : | porseleinachtig glanzend |
| Umbonale holte | : | tamelijk gewelfd |
| Locatie | : | tamelijk hoog gelegen |
| Beschrijving | : | mantellijn valt niet of nauwelijks samen met de onderrand van de mantelbocht 1 |
| Beschrijving | : | breed tongvormig, schuin opstijgend, ongeveer tot het midden reikend |
| Habitat | ||
| Verspreiding | : | Zuidwest- en Zuid-Engeland en West-Frankrijk, noordelijker zeldzaam. Ook in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. |
| Literatuur | : |
|
| Bronnen | : |