- Biota - Animalia - Mollusca - Bivalvia - Autobranchia - Heteroconchia - Euheterodonta - Imparidentia - Myida - Myoidea - Corbulidae - CorbulinaeSynoniemenAndere namen die je in de literatuur tegen kan komen | : | Aloidis [Megerle von Mühlfeldt, 1811] 1 |
ExoskeletEen versteviging van het lichaam aan de buitenkant en direct zichtbaar | : | ja 2 |
| Schelp | : | ja 2 |
| Vorm | : | driehoekig 3 |
| Tweekleppig | : | ja 2 |
| GelijkkleppigBij tweekleppigen of de linker- en de rechterklep min of meer gelijk zijn | : | nee 3 |
| DikteDikte van het schelp materiaal | : | meerendeel der soorten stevig en ondoorschijnend 1 |
| Convexiteit | : | de rechterklep is boller dan de linkerklep; de rechterklep omsluit de linkerklep 3 |
| SymmetrischLigt de apex in het midden van de schelp | : | nee 1 |
| ApexHet eerst gevormde deel van de schelp (top). | : | ongeveer in het midden 1 |
| Umbo
| : | de umbos van de linker en rechter klep raken elkaar 1 |
| VoorrandBij tweekleppigen de zijrand waar de sipho's niet uitkomen | : | regelmatig afgerond 1 |
| AchterrandBij tweekleppigen de zijde waar de sipho's uitkomen | : | iets afgeknot 3 |
| CommissuurRaaklijn waarlangs de kleppen op elkaar vallen, dit ligt vaak in 1 vlak, het zogenaamde commissuurvlak. | : | rechterklep groter dan de linker 1 |
| PeriostracumHet periostracum is in het Nederlands bekend als de opperhuid. Het is de buitenste laag van de schelp, opgebouwd uit conchioline vermengd met kalk, en beschermt de schelp tegen de inwerking van (zee)water en zuren. | : | ja |
| Kleur | : | grijsbruin 1 |
| OstracumHet ostracum is de tweede laag van de schelp. Deze laag, ook wel prismalaag of porseleinlaag genoemd, bestaat uit calciet, of uit calciet en argoniet, wat voornamelijk bestaat uit calciumcarbonaat. Het zijn kleine primatische kristalletjes die loodrecht staan op de buitenste laag en dan prismalaag heet of als gekruiste lamellen en dan porceleinlaag heet. In beide gevallen hebben we het nog steeds over het ostracum. | : | ja |
| Kleur | : | meeste soorten effen wit, enkele aan het slot en aan de randen rose of bruin gekleurd 1 |
| Structuur | ||
| ParallelDe structuur parallel aan de groeilijnen | : | groeilijnen of richels 1 |
| KielEen scherpe plooi in de schelp | : | ja |
| Beschrijving | : | vanuit de apex lopen een of meer stompe kielen schuin achterwaarts 1 |
| LigamentHet ligament zorgt ervoor dat de kleppen in rust toestand open staan. Door het gebruik van de sluitspieren kan het dier de kleppen sluiten. Het ligament is gemaakt van conchioline. Het ligament kan inwendig en/of uitwendig zijn. Het inwendige deel heet het resilium en is een prop concioline die de kleppen open drukt. Het uitwendige deel heet het tensilium en bestaat uit een band conchioline die de kleppen open trekt. Het tensilium bevindt zich nabij de apex van de schelp. | : | ja 3 |
| Beschrijving | : | grotendeels inwendig. Rechts op een driehoekig, ingezonken veld achter de cardinale tand, links in een groeve van de cardinale tand. 1 |
| ChondrofoorEen ronde, lepelachtige uitgroeiing die haaks staat op de slotplaat. Op de chondrofoor bevindt zich bij levende exemplaren het resilium. Schelpen met een chondrofoor hebben maar 1 chondrofoor, of in de linker of in de rechter klep. De andere klep bevat een gewoon resiliumveld. | : | ja 3 |
| Links | : | er zit een diepe kuil naast de chondrofoor 3 |
| TandenDe tanden zorgen ervoor dat de twee kleppen netjes op elkaar sluiten:
| : | Heterodont 4 |
| CardinaalDe cardinale tanden liggen direct onder de top en zijn vaak wat kort en stomp. | : | ja 3 |
| Rechter klep | : | ja 3 |
| Aantal | : | 1 3 |
| LateraalDe laterale tanden liggen wat verder verwijderd vanaf de top en zijn vaak wat langer gerekt. | : | ja |
| Rechter klep | : | ja |
| Aantal | : | 2 |
| Voor | : | ja |
| Achter | : | ja |
| Linker klep | : | nee |
| HypostracumDe binnenste van de drie lagen (niet altijd aanwezig) ook wel parelmoerlaag genoemd. Deze laag is opgebouwd uit koolzure kalk die is afgezet in zeer dunne bladvormige kristallen. Wordt gemaakt door de gehele mantel. | : | nee 4 |
| Binnenzijde | ||
| Kleur | : | wit, met uitzondering van gekleurde gedeelten bij de slottanden en de randen 1 |
| Structuur | : | glanzend, soms fijn gestreept 1 |
| Umbonale holte | : | sterk opgeblazen 1 |
| Sluitspierindruksels | : | ja |
| Aantal | : | 2 1 |
| Mantellijn | : | ja 3 |
| Mantelbocht | : | ja 3 |
| Beschrijving | : | zwak 1 |
| Lichaam | : | ja 2 |
| Mantel | : | ja 2 |
| Ademhalingsorgaan | : | ja 4 |
| Kieuwen | : | ja 4 |
| Type
| : | Lamellibranch 4 |
| Bronnen | : |
|