Thracia papyracea [Poli, 1791]
Papierschelp
index - tweekleppigen - Thraciidae - Thracia
 Overzicht  
 Tijdvak vanaf Midden- en Boven-Plioceen, Eemlagen1
 Synoniemen Thracia phaseolina [Lamarck, 1818]
 
 Het leven  
 Habitat zand
 Verspreiding Noord-Atlantische Oceaan van Noorwegen (Lofoten) en IJsland tot de westkust van Noord-Afrika. Ook in de Middellandse Zee. Niet in de Oostzee.1
 
 De Schelp  
 Basis vorm meestal tamelijk langgerekt1
    Hoogte 15 mm
    Lengte 25 mm
    Semidiameter 9 mm
    Dikte matig doorschijnend, breekbaar
    Bovenrand achter de apex iets concaaf1
    Voorrand regelmatig afgerond, weinig gapend1
    Achterrand iets hoekig, afgeknot, weinig gapend1
    Gelijkkleppig nee, linkerklep iets kleiner en platter dan de rechter
 Umbo opgeblazen1
    Apex ongeveer in het midden, iets uitstekend, een weinig achterwaarts gekeerd1
 Periostracum  
    Periostracum kleur grijsbruin1
    Periostracum structuur vezelig1
 Ostracum  
    Ostracum kleur wit, effen1
    Ostracum structuur gekorreld (alleen met loupe zichtbaar), weinig glanzend1
    Parallelle sculptuur groeilijnen1
    Kiel van de apex naar de achter-benedenrand, stomp1
    Binnenkant kleur wit1
    Binnenkant structuur niet parelmoerachtig, vanaf de apex schuin naar achter een zwakke richel tot voorbij de achterste sluitspier1
    Umbonale holte iets opgeblazen1
 Slot  
    Ligament uitwendig en inwendig1
    Nymf langwerpig, kalk (fulcrum), vlak achter de apex1
    Tensilium vorm kort1
    Tensilium plek bevestigd aan de fulcra1
    Resiliumveld op een klein driehoekig veldje vlak onder de apex1
    Slottanden 01
    Mantelbocht breed, diep, kan links een ongelijk verloop hebben1
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 21
       Voorste sluitspierindruksel ovaal1
       Achterste sluitspierindruksel rond1
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand vergroeid, behalve de openingen voor de voet, de siphonen en een kleine ventrale opening1
 Siphonen lang en grotendeels gescheiden. Kunnen zich ballonvormig opblazen en in deze toestand, door het zand heen, naar de schelp toe schuiven. Daardoor worden de kanalen, welke de siphonen, belangrijk verbreed. Tegelijkertijd worden de wanden van deze zandkanalen door slijmafzetting wat steviger gemaakt, zodat zij niet snel omvallen. Het dier heeft op deze wijze voortdurend ruime verbinding met het water boven het zand en hoeft niet steeds de siphonen zover omhoog te brengen voor vers water en voedsel. De Thracia kan zich nu verder in het zand terug trekken.1
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm relatief klein1
 Byssus nee1
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl