Nucula nucleus [Linnaeus, 1758]
Ovale parelmoerneut
index - tweekleppigen - Nuculidae - Nucula
 Overzicht  
 Beschrijving Ondoorschijnend klein schelpje, voor 20-25 en achter 10-15 slottanden
 Vindplaatsen Van IJmuiden tot Hoek van Holland, tamelijk zeldzaam, in Zeeland weleens fossiel. Te vinden in fijn en licht materiaal3. Tevens bekend van Texel en Terschelling (beide zeldzaam)4
 Tijdvak vanaf midden-plioceen, eem
 
 Het leven  
 Bevruchting juni - augustus
 Levensverwachting 10 jaar
 Voedsel de ctenidia worden niet gebruikt voor voedsel filtering, de voedsel vergaring wordt gedaan door de mondlobben.
 Vijand Platvissen
 Habitat Van de getijdenzone tot 150 meter of meer, in modder of zand, in groepen.
 Voortbeweging De voet wordt schuin naar voren in het zand gestoken met de twee lobben tegen elkaar aan. Op het verste punt wijken de twee lobben uiteen en vormen een anker. Door retractie van de voet wordt de schelp het zand in getrokken.
 Verspreiding Atlantische kust van Europa, van Noorwegen tot Algiers. Ook in de Middellandse Zee. Niet in de Oostzee.
 
 De Schelp  
 Basis vorm driehoekig
    Hoogte 13 mm
    Lengte 12 mm
    Breedte 3,5 mm
    Dikte ondoorschijnend
    Onderrand zeer fijn gekarteld aan de binnenzijde
    Voorrand valt minder steil af dan de achterrand
    Achterrand valt steiler af dan de voorrand
    Gelijkzijdig nee
    Gelijkkleppig ja
 Umbo scheef naar achteren gebogen3
    Apex achter het midden
 Periostracum  
    Periostracum dikte dik en vliezig
    Periostracum kleur geelgroen
    Periostracum structuur kan sterk glanzen
 Ostracum  
    Ostracum kleur geelbruin, effen of afwisselend lichtere en donkere zones, corresponderend met de groeizones.
    Ostracum structuur weinig of niet glanzend
    Haakse sculptuur fijne strepen, vooral aan de randen
    Lunula geen fijne strepen
    Area geen fijne strepen
 Hypostracum parelmoer
    Binnenkant kleur zilverwit
    Binnenkant structuur glanzend3
 Slot  
    Resiliumveld ovaal
       Chondrofoor ja, klein
    Slot-type taxodont
    Cardinale tanden lang en haakvormig gebogen, sterk in grote variërend
       Voorste cardinale tanden 20-25
       Achterste cardinale tanden 10-15
 Mantellijn enkelvoudig
    Mantelbocht nee
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand niet gesloten
 Kieuwen enkelvoudig, links en rechts bestaande uit een holle as met een reeks kleine, platte kieuwplaatjes in twee tegenoverstaande rijen aan die as gelegen (protobranchia)
 Siphonen Aan weerszeiden van het lichaam een kort en lang filament. De langste is zeer buigzaam, bewegelijk en ver uitstrekbaar waarmee op de bodem naar voedsel wordt getast.
 Darmkanaal heeft overlangse lijsten, welke in lumen uitsteken. De uitwerpselen, lange compacte worstjes, hebben dan ook lengte groeven.
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm min of meer cylindrisch, ver uitstrekbaar buiten de schelp. Aan het uiteinde 2 lobben met een gekartelde omtrek.
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
2 - Kaas en Ten Broek, P., Nederlandse Zeemollusken, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1942
3 Entrop, Bob, Schelpen vinden en herkennen, N.V. W.J. Thieme & CIE, Zutphen, ????
4 - Centraal Systeem van de Strandwerkgemeenschap
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl