Macoma balthica [Linnaeus, 1758]
Nonnetje
 Overzicht  
 Tijdvak vanaf het Pleistoceen
 Bijzonderheden De kleur van het nonnetje wordt bepaald door de erfelijkheid. De kleur roze is hierbij dominant, gevolgd door oranje, geel en wit als meerst repressieve kleur. Twee witte nonnetjes krijgen dus alleen witte nakomelingen, twee roze ouders kunnen elk van de kleuren nakomelingen krijgen. (Pieternella Lutikhuizen en Jan Drent (NIOZ, 2008))
 
 Het leven  
 Bevruchting april, mei, vrij in zee
 Larvale fase Beestje is relatief groot, met een korrelig schelpje, ogen en larvale slottanden komen niet voor. Definitieve slottanden worden in het oudere larvestadium aangelegd.
 Juveniele fase na 3 weken hebben zich een klein schelpje en de voet ontwikkeld
 Geslachtsrijp na 2 jaar
 Levensverwachting 18 jaar
 Voedsel detritus
 Vijand vissen, meeuwen, roofslakken
 Habitat In ondiep water, meestal niet dieper dan 3 meter, in de Oostzee tot 50 meter. In slikbodems. Vooral slikgronden van Wadden en Zeeland. Oudere exemplaren zoeken dieper water op.
 Saleniteit Dikwijls in laag zoutgehalte: 4,3 tot 2‰ Cl per Liter in de Finse Golf deze brakwater vorm die ook voorkomt in de Oostzee en Bothnische Golf is kleiner, platter en dunner dan de schelp uit de volle zee.
 Verspreiding Beide zeiden van de Noord-Atlantische Oceaan, aan de Europese kusten van de Witte Zee tot Madeira, aan de Amerikaanse kant van ZW-Groenland tot Georgië. In de Oostzee tot ver in de Bothnische Golf bij circa 64° NBr. Ook in de Middellandse Zee en Zwarte Zee. Niet bij IJsland en de Far Oer. Ook in de Bering Zee, bij Noord Japan en Californië.
 
 De Schelp  
 Basis vorm ei-vormig
    Hoogte 35 mm
    Lengte 30 mm
    Breedte 15 mm
    Dikte stevig, ondoorschijnend
    Convexiteit bol
    Voorrand rond
    Achterrand driehoekig
    Commissuur vlak
    Gelijkzijdig nee
    Gelijkkleppig ja
 Umbo opisthogyr
    Apex iets achter het midden
 Periostracum  
    Periostracum kleur geelachtig-groen
 Ostracum  
    Ostracum kleur De verse kleppen zijn rose, oranje, geel of wit. Ze zijn effen en hebben brede kleur banden. De top is vaak dieper gekleurd.
    Parallelle sculptuur fijne lijntjes, afgewisseld met enkele groeilijnen
    Kiel zwak, van apex naar spitse achterkant
    Binnenkant kleur wit of in de genoemde kleuren
    Binnenkant structuur zacht glanzend
    Umbonale holte bol
 Slot  
    Ligament uitwendig
    Tensilium vorm stevig
    Tensilium plek opisthodeet
    Slotplaat smal
    Slot-type heterodont
    Cardinale tanden 2
       Voorste cardinale tanden L: 1, voorste is gegroefd
       Achterste cardinale tanden R: 1, achterste is gegroefd
    Laterale tanden 0
    Mantelbocht reikt tot driekwart van de schelp, basale been valt samen met de mantellijn, links en rechts niet gelijk
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2
       Voorste sluitspierindruksel langwerpig
       Achterste sluitspierindruksel rond tot driehoekig
 
 Het Weekdier  
 Siphonen meestal niet gelijk van lengte, de grootste kan de instroom of de uistroom opening zijn. De instroomopening tast de bodem af opzoek naar voedsel
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm groot
 Byssus nee
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia, A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V., Leiden (1943)
2 - http://www.kennislink.nl/publicaties/het-raadsel-van-het-nonnetje-in-de-waddenzee
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl