Mytilus edulis [Linnaeus, 1758]
Mossel
 Overzicht  
 Tijdvak vanaf plioceen
 Voorouder Waarschijnlijk is de mossel in het voeg Plioceen via de Beringstraat gemigreerd van de Grote Oceaan naar de Atlantische Oceaan.
 Etymologie Edulis betekent zowel 'eetbaar' als 'smakelijk'. Mossel komt van musculus, dat een verkleinwoord is van mus (latijn) wat muis betekent. De mossel lijkt enprofiel wat op een muis. Musculus betekent ook spier.5
 Synoniemen Eetbare mossel
 Bijzonderheden Mosselen openen zich 's nachts om zich schoon te spoelen.8
 
 Het leven  
 Bevruchting vrij in zee, vooral in maart tot juni, op basis van de watertemperatuur
 Larvale fase na enkele dagen, zwemmen vrij in zee, dmv. het velum, bezit aan het eind een eivormige, doorschijnende schelp met een taxodont slot en een netvormige of gestippelde sculptuur. De larven hebben een velum en een orale flap waarmee eencellige algen worden opgenomen.
 Broed na 2 tot 6 weken (0,2-0,3 mm) vind de metamorfose plaats van veliger larve naar broed. Het velum verdwijnt en ze ontwikkelen een voet en kieuwen. Ze stoppen met zwemmen en gaan zich vestigen.
 Juveniele fase halfwas bij 1,5 - 4,5 cm zijn ze ongeveer 1 jaar
 Geslachtsrijp Na 1,5 tot 2 jaar bij 5 tot 6 cm6
 Groei max. 2,5 cm in het eerste jaar. Mossels worden slanker als ze ouder worden. Afhankelijk van de omgeving kunnen verschillende vormen ontstaan. In rustig stromend water worden mosselen vaak langer en de lichter van kleur, terwijl in de branding ze vaak gedrongener en zwarter van kleur zijn. Na ongeveer 2 jaar bij 6 tot 7 cm zijn mosselen consumptie rijp.4
 Levensverwachting 15 jaar4
 Voedsel diatomeeën, protozoën, sporen van algen, diverse organische detritus, vaak ook larven van de eigen soort.? De mossel kan bijna 40 liter water per uur door zijn schelp pompen.9
 Vijand zeester, purperslakken, krab, kreeft, meeuwen, kraaien, scholeksters, vissen, mens.1 Een nog grotere bedrijging voor vooral de jonge mossel is storm. Een flinke storm kan broedval los slaan welke daarna op niet geschikte plaatsen terecht kan komen.6
 Habitat Meestal in grote kolonies in de getijdenzone op hard substraat, enkele malen ook dieper tot 40 meter.?. Een mossel kan tot 6 uur zonder water (eb).4
 Voortbeweging Aan het vrije uiteinde van de voet loopt deze spits toe en vlak achter de punt zit een kleine inzinking die dienst doet als zuignap bij de voortbeweging. Tevens kan met de punt van de voet de byssus draden losgemaakt worden. Jonge dieren zijn redelijk bewegelijk, ouder dieren minder en bewegen alleen als het strict noodzakelijk is.
 Saleniteit tot ongeveer 14 ‰
 Verspreiding Van Nova Zembla tot Noord-Afrika, aan de Amerikaanse kust van de poolcirkel tot Kaap Hatteras. Ook in de Pacifische oceaan aan de Amerikaanse en Japanse kust. In de Oostzee tot aan de Bothnische Golf. Niet of sporadisch in de Middellandse zee.1
 
 De Schelp  
 Basis vorm peervormig
    Hoogte 95 Hoogte: 95
    Lengte 50 mm
    Breedte 17 Breedte: 17
    Bovenrand gebogen
    Onderrand bijna recht
    Voorrand driehoekig, valt samen met de top
    Achterrand rond
    Commissuur vlak
    Gelijkzijdig nee
    Gelijkkleppig ja
 Umbo prosogyr
    Apex ver naar voren
 Periostracum  
    Periostracum dikte stevig
    Periostracum kleur zwart, donkerbruin en bij jonge exemplaren geelachtig
    Periostracum structuur bij sommige soorten behaard
 Ostracum  
    Ostracum kleur Paarsblauw, geelbruin tot groen, met stralende donkerpaarse lijnen.
    Ostracum structuur glad met alleen groeilijnen
    Parallelle sculptuur fijn gestreept volgens de groeilijnen
    Oppervlakte sculptuur glad
    Lunula onder de top een zeer klein geribd veldje
 Hypostracum parelmoer
    Binnenkant structuur parelmoer
    Umbonale holte gewelfd
 Slot  
    Ligament een tensilium dat aan binnenzijde door een lijstvormige rand gesteund wordt.
    Tensilium vorm zeer lang
    Tensilium plek uitwendig, langs de gehele bovenzijde van de achterrand
    Slot-type Heterodont
    Cardinale tanden 3-7 zeer kleine tandjes, voornamelijk voor de top gelegen.
    Laterale tanden 0
 Mantellijn enkelvoudig, vaag, donkerblauw
    Mantelbocht Niet tot nauwelijks waarneembaar
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2
       Voorste sluitspierindruksel dicht bij de voorkant en zeer klein
       Achterste sluitspierindruksel groot, scherp donkerblauw
 Byssusopening nabij de top, onderrand
 
 Het Weekdier  
 Mantelkleur geelbruin, met een zone van donkerbruin pigment langs de mantelranden, vooral in de omgeving van de mondopening
 Mantelrand vrij over het grootste deel van hun verloop. Aan de achterzijde is een driehoekig vlies gespannen, de branchiale membraan. Dorsaal ligt de uitstroomopening, ventraal in instroomopening.
 Kieuwen 2 bladen aan weerzijde van het lichaam. Elk van de bladen bestaat uit 2 lamellen welke onderling door korte dwarsbalkjes van trilharen verbonden zijn.1
 Siphonen Naar aanleiding van mossels in een aquarium die wij ooit hadden had ik een vraag over de siphonen van mossels. Jeroen M. Jansen van WUR kon mij toen melden dat alle mosselsoorten Siphonen hebben. Alleen laten ze dat niet altijd zien. Als ze niet hard aan het filteren zijn en de kleppen bijna dicht zijn dan is de sifon niet goed te zien. Verschillen in sifon maat hoeven overigens niet soort-specifiek te zijn. Voor mosselen heeft dit veel te maken met de hoeveelheid fijn slib in het water. Daar passen ze zich op aan.
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm lang, tongvormig, ongeveer cylindrisch.
    Voet kleur paars
 Byssus ja
    Byssusklier een dunne spleet aan het eind van de voet
 Geslacht gescheiden, bij gekookte mossels is het verschil makkelijk te bepalen: heeft de mossel een witte of lichtgele mantel, dan is het een mannetje; is de mantel dooiergeel tot oranjerood dan is het een vrouwtje7
 Geslachtsklieren Uitlopers dringen door tot in het weefsel van mantel, niet in de voet
 Vrouwelijke geslachtsklieren waalf tot vijfentwintig mil­joen eieren per seizoen7
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
2 - Kaas en Ten Broek, P., Nederlandse Zeemollusken, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1942
3 - Rapport C071/09, Haalbaarheidsstudie Biologische Aquacultuur in de Nederlandse mosselsector, IMARES Wageningen, juli 2009
4 - Wikipedia
5 - Anemoon
6 - Goednieuwskrant
7 - http://www.kanenpieper.be/nic/mossels.htm
8 - Het Parool, Varia Maritima (Vita Marina), 1968(3), p.119
9 - Varia Maritima (Vita Marina), 1971, p.190
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl