home | nieuwsblad | informatie
Mytilus edulis Linnaeus, 1758
NL Mossel
×
mossel-lg.jpg
mossel
×
mossel1-lg.jpg
mossel1
×
mossel2-lg.png
mossel2
×
mossel3-lg.png
mossel3
×
mossel6-lg.png
mossel6
×
mossel7-lg.png
mossel7
×
mossel8-lg.png
mossel8
 Overzicht 
 Tijdvakvanaf plioceen
 VoorouderWaarschijnlijk is de mossel in het voeg Plioceen via de Beringstraat gemigreerd van de Grote Oceaan naar de Atlantische Oceaan.
 EtymologieEdulis betekent zowel 'eetbaar' als 'smakelijk'. Mossel komt van musculus, dat een verkleinwoord is van mus (latijn) wat muis betekent. De mossel lijkt enprofiel wat op een muis. Musculus betekent ook spier.B
 SynoniemenEetbare mossel
 BijzonderhedenMosselen openen zich 's nachts om zich schoon te spoelen.I
   
 De Schelp 
 Basis vormpeervormig
    Hoogte95 mm
    Lengte50 mm
    Semidiameter17
    Bovenrandgebogen
    Onderrandbijna recht
    Voorranddriehoekig, valt samen met de top
    Achterrandrond
    Commissuurvlak
    Gelijkzijdignee
    Gelijkkleppigja
 Umboprosogyr
    Apexver naar voren
 Periostracum
    Periostracum diktestevig
    Periostracum kleurzwart, donkerbruin en bij jonge exemplaren geelachtig
    Periostracum structuurbij sommige soorten behaard
 Ostracum
    Ostracum kleurPaarsblauw, geelbruin tot groen, met stralende donkerpaarse lijnen.
    Ostracum structuurglad met alleen groeilijnen
    Parallelle sculptuurfijn gestreept volgens de groeilijnen
    Oppervlakte sculptuurglad
    Lunulaonder de top een zeer klein geribd veldje
 Hypostracumparelmoer
    Binnenkant structuurparelmoer
    Umbonale holtegewelfd
 Slot
    Ligamenteen tensilium dat aan binnenzijde door een lijstvormige rand gesteund wordt.
    Tensilium vormzeer lang
    Tensilium plekuitwendig, langs de gehele bovenzijde van de achterrand
    Slot-typeHeterodont
    Cardinale tanden3-7 zeer kleine tandjes, voornamelijk voor de top gelegen.
    Laterale tanden0
 Mantellijnenkelvoudig, vaag, donkerblauw
    MantelbochtNiet tot nauwelijks waarneembaar
 Sluitspieren
    Sluitspierindruksels2
       Voorste sluitspierindrukseldicht bij de voorkant en zeer klein
       Achterste sluitspierindrukselgroot, scherp donkerblauw
 Byssusopeningnabij de top, onderrand
   
 Het Weekdier 
 Lichaamvan roomwit tot oranje; Deze kleurvariatie hangt samen met de dikte van de schelp en de hoeveelheid pigment in de mantel. De hoeveelheid pigment is genetisch bepaald. De dikte van schelpen schelpen bepalen de verkleuring van het vlees. Dikke schelpen laten weinig licht door en bieden daarom blanke mosselen.E
    Mantelkleurgeelbruin, met een zone van donkerbruin pigment langs de mantelranden, vooral in de omgeving van de mondopening
    Mantelrandvrij over het grootste deel van hun verloop. Aan de achterzijde is een driehoekig vlies gespannen, de branchiale membraan. Dorsaal ligt de uitstroomopening, ventraal in instroomopening.
    SiphonenNaar aanleiding van mossels in een aquarium die wij ooit hadden had ik een vraag over de siphonen van mossels. Jeroen M. Jansen van WUR kon mij toen melden dat alle mosselsoorten Siphonen hebben. Alleen laten ze dat niet altijd zien. Als ze niet hard aan het filteren zijn en de kleppen bijna dicht zijn dan is de sifon niet goed te zien. Verschillen in sifon maat hoeven overigens niet soort-specifiek te zijn. Voor mosselen heeft dit veel te maken met de hoeveelheid fijn slib in het water. Daar passen ze zich op aan.
    Voet vormlang, tongvormig, ongeveer cylindrisch.
    Voet kleurpaars
 Byssusja
    Byssuskliereen dunne spleet aan het eind van de voet
 Radula
    Kieuwen2 bladen aan weerzijde van het lichaam. Elk van de bladen bestaat uit 2 lamellen welke onderling door korte dwarsbalkjes van trilharen verbonden zijn.1
 Spieren
 Voortplantingsorganen
 Vrouwelijke geslachtsklierentwaalf tot vijfentwintig mil­joen eieren per seizoenD
   
 Het leven 
 Bevruchtingvrij in zee, vooral in maart tot juni, op basis van de watertemperatuur
 Larvale fasena enkele dagen, zwemmen vrij in zee, dmv. het velum, bezit aan het eind een eivormige, doorschijnende schelp met een taxodont slot en een netvormige of gestippelde sculptuur. De larven hebben een velum en een orale flap waarmee eencellige algen worden opgenomen.
 Broedna 2 tot 6 weken (0,2-0,3 mm) vind de metamorfose plaats van veliger larve naar broed. Het velum verdwijnt en ze ontwikkelen een voet en kieuwen. Ze stoppen met zwemmen en gaan zich vestigen.
 Juveniele fasehalfwas bij 1,5 - 4,5 cm zijn ze ongeveer 1 jaar
 GeslachtsrijpNa 1,5 tot 2 jaar bij 5 tot 6 cmC
 Geslachtgescheiden, bij gekookte mossels is het verschil makkelijk te bepalen: heeft de mossel een witte of lichtgele mantel, dan is het een mannetje; is de mantel dooiergeel tot oranjerood dan is het een vrouwtjeD
 GeslachtsklierenUitlopers dringen door tot in het weefsel van mantel, niet in de voet
 Groeimax. 2,5 cm in het eerste jaar. Mossels worden slanker als ze ouder worden. Afhankelijk van de omgeving kunnen verschillende vormen ontstaan. In rustig stromend water worden mosselen vaak langer en de lichter van kleur, terwijl in de branding ze vaak gedrongener en zwarter van kleur zijn. Na ongeveer 2 jaar bij 6 tot 7 cm zijn mosselen consumptie rijp.A
 Levensverwachting15 jaarA
 Voedseldiatomeeën, protozoën, sporen van algen, diverse organische detritus, vaak ook larven van de eigen soort.? De mossel kan bijna 40 liter water per uur door zijn schelp pompen.II
 VoortbewegingAan het vrije uiteinde van de voet loopt deze spits toe en vlak achter de punt zit een kleine inzinking die dienst doet als zuignap bij de voortbeweging. Tevens kan met de punt van de voet de byssus draden losgemaakt worden. Jonge dieren zijn redelijk bewegelijk, ouder dieren minder en bewegen alleen als het strict noodzakelijk is.
 Vijandzeester, purperslakken, krab, kreeft, meeuwen, kraaien, scholeksters, vissen, mens.1 Een nog grotere bedrijging voor vooral de jonge mossel is storm. Een flinke storm kan broedval los slaan welke daarna op niet geschikte plaatsen terecht kan komen.C
 HabitatMeestal in grote kolonies in de getijdenzone op hard substraat, enkele malen ook dieper tot 40 meter.?. Een mossel kan tot 6 uur zonder water (eb).A
    Saleniteittot ongeveer 14 ‰
 VerspreidingVan Nova Zembla tot Noord-Afrika, aan de Amerikaanse kust van de poolcirkel tot Kaap Hatteras. Ook in de Pacifische oceaan aan de Amerikaanse en Japanse kust. In de Oostzee tot aan de Bothnische Golf. Niet of sporadisch in de Middellandse zee.1
   
 Bronnen 
 Literatuur
  1. Fauna van Nederland Mollusca (I) C. Lamellibranchia - Benthem Jutting, Tera van ; XII ; A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V. , 1943

  2. Nederlandse Zeemollusken - Kaas, P. & Broek, A.N.Ch. ten ; Wereldbibliotheek , 1942

  3. Rapport C071/09, Haalbaarheidsstudie Biologische Aquacultuur in de Nederlandse mosselsector - ; IMARES, Wageningen , juli 2009

 Websites
  1. nl.wikipedia.org

  2. www.anemoon.org

  3. goednieuwskrant.skynetblogs.be

  4. www.kanenpieper.be

  5. www.lekkervanbijons.be

  6. edepot.wur.nl

 Tekst
  1. Het Parool, Varia Maritima (Vita Marina), 1968(3), p.119
  2. Varia Maritima (Vita Marina), 1971, p.190
 
2006 - 2024 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl