Solen marginatus [Pulteney, 1799]
Messchede
 Overzicht  
 Beschrijving Verhouding lengte tot hoogte 6:11
 Determinatie Scheermessen artikel
 Vindplaatsen oude kleppen zijn niet zeldzaam langs de gehele kust, verse kleppen zijn bekend van Walcheren, verse doubletten zijn zeer zeldzaam3
 Tijdvak Eem1
 
 Het leven  
 Habitat In het sublitoraal, ondiep water.2
 Voortbeweging Ingraven: Als de messchede plat op het zand licht, graaft deze zich met een bocht in het zand in, zodat hij zich rechtstandig kan ingraven door de voet snel uit te steken en met de spitse punt in het zand te drijven. Vlak achter de punt vormt zich dan een verdikte zone. Hierna herhaalt zich deze beweging tot de voet tot zijn maximale lengte is uitgestoken. Daarna zwelt de punt sterk op tot een soort tolvorm, die werkt als een anker. Nu trekt de voet de schelp omlaag. Voor de contractie van de voet sluit de schelp zich zoveel mogelijk. Op het moment dat de voet zich krachtig samen trekt wordt het water uit de schelpruimte via de siphonen naar buiten geperst.1
 Verspreiding Westkust van Europa van Zuid-Noorwegen tot bij de Azoren. Ook in de Middellandse Zee en in de Zwarte Zee. Niet in de Oostzee.1
 
 De Schelp  
 Basis vorm langgerekt
    Hoogte 22 mm
    Lengte 150 mm
    Breedte 10 mm
    Dikte stevig, ondoorschijnend
    Bovenrand recht1, parallel aan onderrand3
    Onderrand recht1, parallel aan bovenrand3
    Voorrand gapend1
    Achterrand gapend1, schuin naar voren of recht afgesneden3
    Apex dicht bij de voorrand, niet uitstekend1
 Periostracum  
    Periostracum dikte resistent
    Periostracum kleur groengeel
    Periostracum structuur glanzend
 Ostracum  
    Ostracum kleur wit, geel of lichtbruin met gekleurde strepen of banden1,3
    Ostracum structuur Voor en achter de kiel een verschillende structuur. De voorkant lopen de groeilijnen in de lengte richting van de schelp aan de achterkant haaks op de lengte richting. Vlak achter de voorrand, en parallel met deze, een groeve.1
    Oppervlakte sculptuur de kiel scheidt twee velden van verschillende structuur en tekening
    Kiel van de apex naar de achter beneden hoek1
    Binnenkant kleur wit1
    Binnenkant structuur verkalkt, met porceleinachtige glans1
 Slot  
    Ligament ongeveer een kwart van de totale lengte innemend1
    Nymf vlak achter de voorrand, en parallel met deze, loopt bij sommige soorten een diepe groeve
    Tensilium plek ongeveer een kwart van de gehele lengte innemend
    Slottanden 1
    Cardinale tanden 11
    Mantelbocht Diep1, raakt het achterste spierindruksel3
 Sluitspieren  
       Voorste sluitspierindruksel langwerpig ovaal, ongeveer evenlang als het ligament en met vanuit de top stralende groefjes3
       Achterste sluitspierindruksel kort, vrij ver van de achterrand
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand er is geen vierde mantelopening1
 Siphonen Vrije deel is kort1
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm groot, cilindrisch, een het einde verdikt
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
2 - Craeymeersch, J.A. & M.R. van Stralen & J.W. Wijsman & J. Kesteloo & J. Perdon & I. de Mesel, Ontwikkeling van een monstertuig voor bestandsopnames van mesheften, IMARES, 31 december 2007
3 - Moerdijk, Peter W., Zwaardscheden en mesheften - KNNV tabellenserie nr. 29, Strandwerkgemeenschap, juni 2000
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl