Cerastoderma edule [Linnaeus, 1758]
Kokkel
index - tweekleppigen - Cardiidae - Cerastoderma
 Overzicht  
 Beschrijving De kokkel kan heel uiteenlopende vormen hebben, afhankelijk van het leefgebied.
 Tijdvak vanaf Plioceen
 Etymologie Doubletten zijn hartvormig.
 Synoniemen eetbare hartschelp, kokhaan, haantje, hoentje
 Bijzonderheden De schelpen kunnen over het zand rollen zonder dat het weekdier beschadigd raakt.
 
 Het leven  
 Bevruchting in het water
 Larvale fase 2-4 weken zwemmen ze vrij rond
 Juveniele fase examplaren vanaf ongeveer 0,7 mm. Deze schelpen hebben nog geen ribben. De ribben beginnen ongeveer vanaf 1,5 mm. Exemplaren tot 1/2 cm leven nog niet ingegraven, maar op het zand
 Groei
1 jaar2 cm
3-4 jaar3,5 cm
 Levensverwachting 7 jaar
 Voedsel protozoën, diatomeeën, en andere eencellige algen
 Vijand mens (vanaf 4 cm)
 Habitat Zandbanken, in rustige bochten, mondingen van grote rivieren buiten de eigenlijke stroom. Een bodem van zand, modder, slik. In harde zandgronden zijn de schelpen stevig en bijna rond aan voor en achterzijde. In zachte modder is de schelp dunner en achteraan verlengd. Waar mogelijk verplaatsen de jongen zich tijdens de groei van slik naar meer zanderige omgevingen. Levend van de brandingszone tot ongeveer 10 meter diepte.
 Voortbeweging met de voet kunnen ze snelle, sprongsgewijze bewegingen maken
 Saleniteit heel uiteenlopend, van zeer laag (brak) tot zeer hoog
 Verspreiding Oostzijde van de Noord-Atlantische oceaan, van de Noordkaap en IJsland tot de Kanarische eilanden. Ook in de Middellandse Zee, Zwarte Zee, het Suez Kanaal, Kaspische Zee, het Aral Meer en de Oostzee tot in de Bothnische Golf.
 
 De Schelp  
    Hoogte 50 mm
    Lengte 60 mm
    Breedte 30 mm
    Dikte sterk
    Bovenrand achter de umbo iets hoger dan ervoor
    Onderrand rond, gekarteld
    Voorrand rond
    Achterrand rond, vaak iets spitser dan de voorrand, vaak verlengd bij oudere exemplaren
    Commissuur vlak
    Gelijkzijdig ja
    Gelijkkleppig ja
 Umbo prominent
    Apex in het midden
 Periostracum  
    Periostracum kleur geelachtig of groenachtig
    Periostracum structuur Vezelig
 Ostracum  
    Ostracum kleur Wit of geelbruin, strandmateriaal vaak verkleurd. Jonge exemplaren hebben bij de top meestal een donkerbruin vlekken patroon.
    Parallelle sculptuur golvende groeilijnen
    Haakse sculptuur 20-28 ribben
       Rib sculptuur smalle schubjes op ribben
    Binnenkant kleur kalkachtig wit, bij de spierindruksels vaak bruin of bruinpaars
    Binnenkant structuur groeven lopen aan de binnenkant niet door tot onder de top
 Slot  
    Ligament uitwendig
    Slot-type heterodont
    Cardinale tanden 1
       Voorste laterale tanden L: 1
R: 2
       Achterste laterale tanden L: 1
R: 2
 Mantellijn rond
    Mantelbocht nee
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2
       Voorste sluitspierindruksel rond
       Achterste sluitspierindruksel rond
 
 Het Weekdier  
 Siphonen niet even lang, de instroom opening is de langste, bij volwassen examplaren ongeveer 1 cm. Bij jonge exemplaren in verhouding tot de schelp langer.
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm als een winkelhaak gebogen
    Byssusklier rudimentair, een groeve aan de basis van het horizontale deel van de voet
 Geslacht gescheiden
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia, A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V., Leiden (1943)
2 - Bruyne, R.H. de, Veldgids Schelpen, KNNV Uitgeverij / Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht (2004).
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl