Barnea parva [Pennant, 1777]
Kleine boormossel
 Overzicht  
 Beschrijving Pholadidae hebben een uniek geevolueerde schelp. Inplaats van een schelp die de weke delen volledig omsluit graven zij zich in in hout, steen en ander materiaal (zoals in andere schelpen) voor hun bescherming. Om dit te kunnen bereiken hebben de schelpkleppen zich ontwikkeld tot schijdbare, bewegende boor platen, welke meestal te klein zijn om de volledige mollusk te omvatten. Deze gebogen platen hebben aan de buitenkant knobbels of punten om te kunnen raspen. Elke schelphelft heeft ook een uniek lepel vormige apophysis aan de binnenkant. Deze dient als spier aanhechtingspunt om dorsal/ventral bewegingen mogelijk te maken als toevoeging op de anteror/posterior beweging. Verscheidene andere punten markeren andere spierbundels die gebruikt worden voor roterende bewegingen.
 
 Het leven  
 Bevruchting zomer en het begin van de herfst1
 Embryonale fase krijgt op zeer jeugdige leeftijd al de volwassen vorm1
 Habitat ingeboord in verschillend substraat: hout, veen, gesteente1
 Verspreiding Engelse, Franse en Marokkaanse kust1
 
 De Schelp  
 Basis vorm langgerekt ovaal1
    Hoogte 18 Hoogte: 18
    Lengte 35 mm
    Semidiameter 15 Semidiameter: 15
    Dikte dun, breekbaar1
    Bovenrand voor en over de apex naar buiten omgeslagen, maar niet, of slechts weinig, met de buitenzijde vergroeid. Zonder dwarssepten. Bij de umbo is de omgeslagen rand plat en knobbelig.1
    Onderrand golvend
    Voorrand sterk gapend, met vingerachtige punt1
    Achterrand gapend1
    Apex voor het midden1
 Periostracum  
    Periostracum kleur grauwbruin1
    Periostracum structuur vezelig1
 Ostracum  
    Ostracum kleur grijsachtig tot licht vleeskleurig, effen1
    Ostracum structuur weinig of geen glans1
    Parallelle sculptuur gestreept tot geribd1
    Haakse sculptuur ribben, op het voorste deel sterk ontwikkeld1
    Oppervlakte sculptuur op het kruispunt van de ribben scherpe, schubvormige stekels1
    Binnenkant kleur wit1
    Binnenkant structuur porseleinachtig glanzend1
    Umbonale holte sterk gewelfd1
 Apofyse een verbrede, gekromde, iets lepelvormige, tand, ontspringend aan de dorsale rand, diep in de kromming van de umbo.1
 Slot  
    Ligament ontbreekt of is sterk rudimentair1
    Slot-type anodont
    Slottanden 01
    Mantelbocht diep1
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 3
       Voorste sluitspierindruksel hecht vast op de omgeslagen rand, buiten de schelp, deze verbinding vervangt het ligament. door de spier aan te trekken sluit niet de schelp zich, maar gaat juist open1
       Middelste sluitspierindruksel kruisspier; net onder de mantelbocht
       Achterste sluitspierindruksel inwendig1
 Voetprotractor-indruksels op de apofyse1
 Voetretractor-indruksels op de apofuse1
 Accessorische schelpstukken protoplax
 
 protoplax  
 
 Het Weekdier  
 Siphonen 2, door een gemeenschappelijke mantelbuis omgeven, slechts de uiteinden zijn vrij1
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm gespierd
 Byssus nee
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl