Paphia aurea aurea [Gmelin, 1791]
Gouden tapijtschelp
 Overzicht  
 Voorouder Grijze tapijtschelp
 
 Het leven  
 Habitat Alle zeeën van de wereld, vooral in de tropen. De meeste soorten leven ingegraven in het zand.
 Voortbeweging Voortbeweging:
 Verspreiding Zuidwest- en Zuid-Engeland en West-Frankrijk, noordelijker zeldzaam. Ook in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.
 
 De Schelp  
 Basis vorm ovaal
    Hoogte 40 Hoogte: 40
    Lengte 30 mm
    Breedte 18 Breedte: 18
    Dikte stevig en ondoorschijnend
 Umbo tamelijk gewelfd
    Apex ver voor het midden
 Periostracum  
    Periostracum structuur iets vezelig
 Ostracum  
    Ostracum kleur geelgrijs, met bruine en grijze zigzag-, of vlammen-, of blokjestekening
    Ostracum structuur iets glanzend
    Parallelle sculptuur top glad, verder fijn geribd
    Lunula duidelijk afgezet (niet bij de P. rhomboides)
    Areola duidelijk
    Area niet duidelijk, meer in kleur dan in sculptuur te onderscheiden
    Binnenkant kleur rose of goudgeel, vaak aan de randen met een paarse tint
    Binnenkant structuur porseleinachtig glanzend
 Slot  
    Ligament ligament profundum
    Tensilium vorm Tensilium vorm:
    Tensilium plek Tensilium plek:
    Slotplaat vrij smal
    Cardinale tanden 3
    Laterale tanden zwak of niet ontwikkeld
    Mantelbocht breed tongvormig, schuin opstijgend, ongeveer tot het midden reikend
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2, tamelijk hoog gelegen
 
 Het Weekdier  
 Sluitspieren  
 Voet  
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl