Teredo Navalis [Linnaeus, 1758]
Gewone paalworm
index - tweekleppigen - Teredinidae - Teredo
 Overzicht  
 Beschrijving klein, slechts een klein gedeelte van het lichaam van het dier omsluitend1
 Vormen forma Borealis: klein aurikel, breed voorstuk, paletten aan het distale einde diep ingesneden, tanden van de V lang en spits, lichaam bruin gepigmenteerd en doorschijnend, verspreiding: Skagerrak, Oslofjord
 Determinatie verschillende soorten worden het makkelijkst onderscheiden via de paletten
 Tijdvak Vanaf het Krijt1
 Synoniemen Paalworm
Teredo marina [Jeffreys, 1860]
Teredo sellii [v.d. Hoeven, 1850]
Teredo batava [Spengler, 1792]
 Bijzonderheden Kleppen articuleren alleen door een knobbeltje aan de bovenrand van de linkerklep, hetgeen past in een corresponderende groeve van de rechterklep, en door een naar binnen springende knobbel aan de basis van de mediane zone in iedere klep.1
 
 Het leven  
 Bevruchting Van juni tot augustus wordt sperma vrij in het water geloosd, het komt via de instroomsipho van het vrouwelijk individu bij de kiewen waar de eieren worden bewaard, die uit het ovarium zijn los gelaten.1
 Embryonale fase De eerste celdelingen vinden in de moeder plaats1
 Geboorte ongeveer twee weken na bevruchting1
 Larvale fase de veligers zwemmen uit in zee, ze hebben een lange tongvormige voet. Gunstige omstandigheden zijn rustige, niet winderige dagen met warm weer.1
 Broed na 1 à 2 weken metamorphoseren zij en hechten ze zich aan hout met de byssus1
 Juveniele fase aan de schelp begint een raspsculptuur te ontstaan, ook wordt de schelp meer helmvormig. de voet wordt breder en meer zuignap vormig en het gehele dier groet sterk in de lengte. Zeer jonge dieren kunnen zich nog totaal in de schelp terug trekken. Paletten verschijnen al vroeg als korte brede spaantjes met een vrij lange steel1
 Geslachtsrijp na ongeveer 6 tot 8 weken, als ze 4 tot 5 cm lang zijn1
 Groei Het aantal ribben op het voorste grote veld groeit in de eerste levensmaand tot 8 à 9, daarna 2-4 richels per maand. De kalkkoker wordt afgescheiden aan het achteruiteinde bij de paletten. Eerst wordt een manchet rondom dit deel van het lichaam gevormd, en vervolgens groeit de buis naar voren toe. Het vooreinde blijft open, zolang de paalworm groeit. Houdt de groei op dan sluit het dier dit brede vooreinde af met kalkstof koepelvormig af. Na 10 weken zijn ze ongeveer 10 cm lang. Het totale dier kan tot 30 cm lang worden.1
 Levensverwachting 2 jaar, enkele overleven een 3de winter1
 Voedsel houtdeeltjes
 Habitat in hout, vooral de zachtere soorten, wilg, dennen, eikenhout. De boorrichting volgt hoofdzakelijk de richting van de vezels. Boorgangen kruisen elkaar niet. Boren niet in hout dat onder de grond zit. Boorsnelheid tot 1 cm per week. Volwassen dieren die uit hun gang zijn, kunnen zich niet opnieuw in boren.1
 Voortbeweging Boort met de schelp. Het dier roteert om zijn lengte as, terwijl de vastgezogen voet en de dorsale, buiten de schelp tredende dorsale mantellappen als steunpunt dienst doen, deels in dorsoventrale richting om zijn transversale as, waarbij bovendien voorste en achterste sluitspier afwisselend samengetrokken worden. De tandjes op de schelp raspen het hout uit.1
 Saleniteit vanaf 5‰, wordt het water te brak dan sluiten zij de boorgangen af met hun paletten. Dit kunnen ze wel 6 weken volhouden1
 Temperatuur niet boven de 30°C optimaal 15-25 °C niet beneden 0 °C, stopt met boren bij 5°C
 Verspreiding Kosmopoliet
 
 De Schelp  
 Basis vorm helmvormig1
    Hoogte 10 Hoogte: 10
    Lengte 10 mm
    Breedte Breedte:
    Dikte weinig of niet doorschijnend1
    Bovenrand achter en voor de top daalt deze met een concave bocht1
    Onderrand driehoekig
    Voorrand L-vormig, gapend
    Achterrand gapend1
    Oren ja, achter en het steekt niet boven de umbo uit
 Umbo orthogyr
    Apex verdikt en naar binnen gebogen1
 Periostracum  
    Periostracum kleur Bruingrijs
 Ostracum  
    Ostracum kleur Kalkwit tot roze
    Ostracum structuur kalkachtig of iets porseleinachtig glanzend1
    Haakse sculptuur Het oortje is vrijwel glad, het middelse deel is bedekt met horizontale en vertikale ribben, het voorste deel heeft horizontale ribben.
    Oppervlakte sculptuur qua sculptuur en vorm kunnen de verschillende velden erg varieeren, bij gelijke grote maar ook in de groei reeksen.1
    Area 1. Area anterior, voorste grote veld: tussen de 15 en 43 ribben (neemt toe met de leeftijd), fijn en scherp getand, in een richting parallel aan de basale rand1
2. area prae-mediana, voorste middenveld: ribben (neemt toe met de leeftijd), fijn en scherp getand,1
3. area mediana, centrale middenveld: onregelmatig, min of meer parallel gestreept, geen getande ribben1
4. post-mediana, achterste middenveld: onregelmatig, min of meer parallel gestreept, geen getande ribben1
5. auriculum, aurikel, hals, vleugel of oortje: geen getande ribben, sluit geleidelijk aan bij het achterste middenveld1
    Binnenkant kleur auriculum schuift bladvormig een eindje over het achterste middenveld heen (septum)
    Binnenkant structuur iets glanzend, afgrenzing van de zones is minder duidelijk, maar nog zeker goed te volgen aan de binnenkant, auriculum inplanting aan het middenveld is hoog bij jonge exemplaren, doch zakt af bij toenemende ouderdom, ook wordt het dan meer vleugelvormig. Aan de basis heeft iedere klep een knobbelte (tuberculum parietale), dat op twee lamellen rust.1
    Umbonale holte sterk gewelfd1
 Apofyse lang, dun
 Septum auriculum schuift bladvormig een eindje over het achterste middenveld heen1
 Slot  
    Ligament nee1
    Slotplaat schelpen articuleren met behulp van een knobbeltje aan de linker klep, het welk past in een corresponderende groeve van de rechter klep1
    Slot-type anodont
    Slottanden 01
 Mantellijn nee1
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 21
       Voorste sluitspierindruksel klein, hecht aan de area prae-enterior1
       Achterste sluitspierindruksel groot, geheel inwendig, hecht aan de aurikel1
 Accessorische schelpstukken paletten
 
 paletten  
 Aantal 2
 Hoogte 6 mm
 Breedte 3 mm
 Steel kalk, gebogen, soms lang soms kort1
 Blad kalk naar het vrije uiteinde toe wordt het iets chitineus, Buitenzijde gewelfd, binnenzijde vlak, bij een lengtedoorsnede ziet men een aantal gebogen dwarslageni, welke komvormig in elkaar zijn opgestapeld1
 Top V-vormig ingekeept?, aan het vrije uiteinde een weinig uitgehold1
 Inplanting in scheden aan de basis van de siphonen
 Functie bij uitgestoken siphonen liggen de paletten langs het lichaam, bij instrekking van de siphonen tot achter de inplanting sluiten de paletten het boorkanaal af1
 
 Het Weekdier  
 Lichaam de meeste soorten bekleden hun boorgang met een kalkkoker welke door de mantel wordt afgescheiden. Aan de voorkant is deze koker open zolang er nog geboord wordt. Als er niet meer geboord wordt door ouderdom of door ouderdom dan wordt het uiteinde afgesloten door een rond koepeltje1
 Mantelrand vergroeid op de opening voor de siphonen en de voet na1
 Kieuwen smal en zo sterk in de lengte gestrekt dat ze tot bij de siphonen reiken1
 Siphonen lang, tot 4 à 5 cm aan het distale uiteinde roodbruin gevlekt, het basale deel steekt in een korte (0,5 - 1 cm) onverkalkte chitineusslijmige buis1
 Instroomsipho aan het uiteinde, inwendig, 6 papillen, welke nog een eind de sipho in te volgen zijn. Aan het vrije uiteinde zijn de papillen zuignapvormig ingedeukt. De water instroom is continu, de sipho is in voortdurende beweging.1
 Uitstroomsipho zonder papillen, afvoer gaat bij tussenpozen, schoksgewijs1
 Maag aan de maag is een zeer grote blinde zak, het coecum, waarin houtdeeltjes worden opgeslagen. De middendarmklier levert een enzym dat cellulose splitst, zodat uit het hout druivensuiker ontstaat1
 Excrementen houtraspsel dat minder cellulose en hemicellulose bevat1
 Sluitspieren  
    Voorste sluitspier bij contractie bewegen de boven-voorrandden van de kleppen zich naar elkaar toe, daarbij opent zich de schelp1
    Achterste sluitspier bij contractie naderen de achterranden elkaar, hierdoor sluit de schelp zich1
 Voet  
    Voet functie dient voor voortbeweging in de gangen, zintuig voor onderzoek van de binnenwand van de gang, als hechtorgaan bij borende werkzaamheden, als transportbaan waarlangs de afgeraspte houtdeeltjes, door trilharen langs de randen, naar de mond gevoert worden1
    Voet vorm kort, cilindrisch, met breed uiteinde, dat als zuignap dienst doet1
 Byssus nee
 Geslacht hermafrodiet, beide geslachten komen afwisselend voor met een voorkeur voor mannelijkheid. Het aantal dieren dat als man functioneert is veel kleiner dan het aantal dieren in het vrouwelijke stadium1
 Mannelijke geslachtsklieren geslachtsproducten worden vrij in het water vrij gelaten1
 Vrouwelijke geslachtsklieren eieren worden of vrij in het water los gelaten of nadat zij in een tussen de kieuwen van het moederdier zijn gedeponeerd, hier bevrucht en een tijdlang bewaard tot zij het veligerstadium bereikt hebben, daarna worden de larven vrij in het water gelaten (dit duurt 2-4 weken, afhankelijk van de weersgesteldheid)1
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl