Mimachlamys varia [Linnaeus, 1758]
Bonte mantel
index - tweekleppigen - Pectinidae - Mimachlamys
 Overzicht  
 Beschrijving Mantelschelpen hebben duidelijke oren waarvan het achterste oor van de rechterklep een inkeping heeft om de byssusdraden door te laten. Ze zijn vaak bont gekleurd.
 Determinatie
1Volwassen schelp met 1 van de twee kleppen opvallend grillig vervormd?Ja, Gebochelde mantel
2Linker klep plat, rechter bol, 15-17 duidelijke en blokvormige ribben?Ja, Pecten
3Voorste oor is niet duidelijk afgescheiden van de rest van de schelp, sculptuur van fijne lijntjes, geen ribben?Ja, Delectopecten vitreus (Gmelin, 1791)
4Oren van de linkerklep gelijk of bijna gelijk; oren van de rechterklep ook bijna gelijk op de byssus inkeping na?Ja, naar 5
Achterste oor van beide kleppen langer dan voorste?Ja, naar 6
5Klep met 50 tot 132 fijne ribben?Ja, IJslandse mantel
Elke klep met tussen de 18 en 25 ribben?Ja, Wijde mantel
Tussen de 3 en de 10 ribben?Ja, Zevenribige mantel
Geen ribben of een begin van ribben aan de randen, over het algemeen kleiner dan 10 mm?Ja, juveniele Grote mantel
6De linkerklep met fijne ribben, de rechterklep met gladde ribben en soms een fijne stekels aan de randenJa, Palliolum striatum (Müller O.F., 1776)
7Kleppen met zelfs in de meest jonge fases ribben?Ja, naar 8
Nee, naar 11
8Hoofdzakelijk een soort ribben, van gelijke breedte, geen grote en kleine ribben?Ja, naar 9
Nee, naar 10
9Minder dan 40 ribben, meestal gekleurd, zelden wit?Bonte mantel
Meer dan 40 ribben, wit van kleurChlamys nivea (Macgillivray, 1825)
10Ribben met gegroefde stekels, maar geen brede stekelige knobbels?Ja, juveniele Gebochelde mantel
Ribben met brede stekelige knobbelsNee, Pseudamussium sulcatum (Müller O.F., 1776)
11Bij vergroting heeft de schelp 50-60 fijne vertakkende lijntjes. Sommige exemplaren hebben 3-5 golvende plooien.Tijgerpels
Fijne lijntjes, maar nooit golvende plooien, basisschelp rond (zonder de oren)Palliolum furtivum (Lovén, 1846)
 Tijdvak zijn al bekend vanuit het Carboon.1
 Synoniemen Chlamys varia (Linnaeus, 1758)
 Bijzonderheden de voet wordt ook gebruikt om de schelp te poetsen en kan hinderlijke voorwerpen uit de schelp verwijderen.1
 
 Het leven  
 Bevruchting twee maal per jaar eieren, in maart-april en september-oktober. Bliven na de bevruchting nog enige tijd bij de moeder in de mantel
 Larvale fase Larvale schelpen bezitten en taxodont slot1
 Groei
1 maand3 mm
1 jaar31 mm
2 jaar45 mm
 Levensverwachting 4 jaar
 Habitat Vast gehecht met de byssus vormen ze kolonies
 Voortbeweging Sommige soorten Pectinidae zijn bekend om hun zwem capaciteit. Een Pectinidae zwemt door water op te nemen door zijn klep te openen, waarna hij bij het sluiten van de klep het water met grote kracht aan de scharnierkant eruit spuit, door middel van het velum. Het velum is een gordijnachtige vouw van de mantel die wordt gebruikt om de stroom van het water rond het scharnier, als beweegbare stralen, of de vleugels te leiden. Het normale zwemmen is in de richting van klep opening, maar de Pectinidae kan scherp van richting veranderen door gebruik van het velum.1
 Verspreiding Alle zeeën van de wereld, in de tropen veel rijker aan soorten dan in de gematige breedten.1
 
 De Schelp  
 Basis vorm ovaal of bijna rond1
    Hoogte 65 mm
    Lengte 55 mm
    Convexiteit linker en rechter klep ongeveer even bol
    Bovenrand driehoekig
    Onderrand rond
    Voorrand rond
    Achterrand rond
    Gelijkzijdig nee
    Gelijkkleppig nee
    Oren ja, linker achterste gelijk aan rechter achterste, voorste oor is groter
 Umbo orthogyr
    Apex in het midden
 Periostracum  
    Periostracum kleur bruin1
 Ostracum  
    Ostracum kleur Zeer variable; paarsachtig, geel-oranje, roodbruin, soms gevlekt
    Haakse sculptuur 25-33, smalle ribben
       Groeven zeer fijne, chevronvormige lijntjes
    Oppervlakte sculptuur Verse exemplaren kunnen ruwe stekels hebben op de ribben door opstaande schubben
    Area smal1
 Slot  
    Ligament inwendig
    Tensilium vorm driehoekig1
    Tensilium plek in het midden van de bovenrand1
    Resiliumveld holte
    Slot-type anodont
    Cardinale tanden 0
    Laterale tanden 01
       Voorste laterale tanden L: zwakke groef
R: 2 zwakke laterale tanden
 Mantellijn enkelvoudig
    Mantelbocht Mantelbocht:
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 11, juveniele schelpen hebben 2 spierindruksels2
       Voorste sluitspierindruksel 01
       Achterste sluitspierindruksel 1, bijna centraal iets achter het midden en is duidelijk uit twee afdelingen samengesteld: een groot rond stuk met dwarsgestreepte spiervezels, dat de zwembeweging uitoefent en een klein stuk, dat aan de achterzijde sikkelvormig tegen het ronde aan ligt, met overlangs gestreepte spiervezels, die de schelp gesloten houden.1
 Byssusopening in het rechter voorste oor een inkeping
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand vrij, bezitten goed ontwikkelde maar uiterst kleine ogen die langs de rand van de vlezige mantel zijn geplaatst. De Pectinidae reageren onmiddellijk op veranderingen in lichtintensiteit of nabijgelegen bewegende voorwerpen. De ogen reageren op licht en donker, maar hebben geen beeldvorming.1
 Kieuwen twee kieuwen, een linker en een rechter, elke weer in twee kieuwplaten verdeeld1
 Siphonen 01
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm klein, vingervormig, bij voorste schelpopening, onder het voorste oortje1
 Byssus ja1
    Byssusklier een overlangse spleet in de voet1
 Geslacht Kunnen hermafrodiet of van twee geslachten zijn (maximus, opercularis en varius zijn hermafrodiet, tigerinus en distortus onbekend).1
 Mannelijke geslachtsklieren lichtgeel1
 Vrouwelijke geslachtsklieren oranjerood1
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
2 - Kaas en Ten Broek, P., Nederlandse Zeemollusken, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1942
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl