Ensis directus [Conrad, 1843]
Amerikaanse zwaardschede
index - tweekleppigen - Pharidae - Ensis
 Overzicht  
 Determinatie Scheermessen artikel
 Tijdvak Exoot. In 1978 voor het eerst aangetroffen in het estuarium van de Elbe, vermoedelijk meegekomen met ballastwater van een schip. Voor het eerst in Nederland aangetroffen in 1981 in de bocht van Wattum. In 1982 verschenen de eerste exemplaren bij Schiermonnikoog en in 1984 bij Texel. Zoals de naam al aangeeft komt deze soort oorspronkelijk uit Amerika, en wel uit de Atlantische oceaan. De soort heeft zich in 10 jaar tijd over alle oostelijke noordzeekusten verspreid en heeft daarbij vaak de plek ingenomen van inheemse soorten. Momenteel is de Amerikaanse zwaardschede voor onze kust de dominante vorm en komt hij voor van Frankrijk tot Denemarken.
 
 Het leven  
 Larvale fase De pelagische larven verblijven relatief lang (2-4 weken) vrij 'zwemmend' in het water. Door dit langdurige verblijf is de soort in staat zich zeer snel te verspreiden.
 Groei Deste hoger in het litoraal, deste kleiner ze blijven2
 Levensverwachting 5 jaar
 Voedsel plankton en ander in het water zwevend voedsel, vooral algen
 Habitat in de lagere delen van het intergetijdegebied als in het sublitoraal tot 15 à 30 meter diep. In het litoraal zitten ze voornamelijk bij de laagwaterlijn2. Bij voorkeur in een zanderige bodem (korrelgrootte 150-200 µm), maar ook slik en grof schelpengruis komt voor2.
 Voortbeweging Ingraven: Als de schelp plat op de bodem ligt graaft de voet zich met een bocht in het zand, zodanig dat hij vertikaal zich kan ingraven. Hierbij komt hij eerst schuin en later recht te staan.
Bij het rechtstandig ingraven wordt de voet snel uitgestoken en met de spitse punt in het zand gedreven. Deze punt buigt zich vervolgens haakvormig om naar de dorsale kant. Bij de derde fase verbreedt de voet zich tot een soort stempel. Deze drie bewegingen kunnen zich een aantal malen in dezelfde volgorde herhalen, totdat de voet op maximale lengte buiten de schelp is. Daarna verbreedt de stempelvormige zool zich zeer sterk en werkt als een anker, terwijl de voet zich in de lengte richting verkort en de schelp omlaag trekt. Voor de contractie van de voet sluit de schelp zich zoveel mogelijk. Trekt de voet zich krachtig samen dan wordt uit de schelpruimte van het dier een groot deel van het water geperst, zowel opwaarts door de siphonen als benedenwaarts via de pedale opening, waarmee tevens het omringende zand wordt weggespoeld. De bewegingen hebben regelmatig en snel plaats.
 Saleniteit tussen de 30 en 40 PSU
 Verspreiding Atlantische, Pacifische en Indische Oceaan
 
 De Schelp  
 Basis vorm smal, langgerekt, recht of iets gebogen
    Hoogte 30 mm
    Lengte 160 mm
    Breedte Breedte:
    Dikte stevig, ondoorschijnend
    Bovenrand gebogen
    Onderrand sterker gebogen dan bovenrand
    Voorrand afgerond, gapend
    Achterrand afgerond, gapend
    Oren nee
    Apex zeer dicht bij de voorrand
 Periostracum  
    Periostracum dikte resistent
    Periostracum kleur bruingroen
    Periostracum structuur glanzend
 Ostracum  
    Ostracum kleur Bruinroze gekleurde bandjes op een lichtere ondergrond. Er loopt vanaf de top een diagonale lijn die het patroon in twee delen deelt, met aan de ene kant horizontale streepjes en aan de andere kant verticale.
    Kiel van boven-voorzijde naar onder-achterzijde; deelt twee velden van verschillende kleur en structuur
    Binnenkant kleur wit, bij jonge exemplaren schijnt de tekening van de buitenkant door
    Binnenkant structuur iets porseleinachtig glanzend
 Slot  
    Ligament tensilium
    Tensilium plek ongeveer een kwart van de totale lengte
    Slot-type heterodont
    Slottanden L: 3
R: 2
    Cardinale tanden L: 2; kort en klauwvormig
R: 1; kort en klauwvormig
    Laterale tanden L: 1; lang, lijstvormig, bijna parallel aan de bovenrand
R: 1; lang, lijstvormig
    Mantelbocht diep, op ongeveer 1/6 van de totale lengte van de achterrand
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2
       Voorste sluitspierindruksel langwerpig, ongeveer even lang als de slotband
 Byssusopening nee
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand vergroeid, behalve voor de siphonen, de voet en een ventrale opening (die ook kan ontbreken)
 Siphonen kort, grotendeels vergroeid, alleen aan de uiteinden gescheiden en dragen daar elk een krans van tasters
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm lang en relatief smal
    Byssusklier bij jonge exemplaren op de voet
 
 Bronnen  
 Tekst 2 - Craeymeersch, J.A. & M.R. van Stralen & J.W. Wijsman & J. Kesteloo & J. Perdon & I. de Mesel, Ontwikkeling van een monstertuig voor bestandsopnames van mesheften, IMARES, 31 december 2007
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl