Venerupis [Lamarck, 1818]
 
 Overzicht  
 Soorten Tapijtschelp Grijze tapijtschelp
 Tijdvak vanaf het Tertiair
 
 Het leven  
 Habitat ingegraven in zand, volwassen examplaren gebruiken de byssus niet of nauwelijks, jonge exemplaren wel.
 Verspreiding Alle tropische en gematigde zeeën, maar niet langs de kusten van Zuid-Amerika.
 
 De Schelp  
 Basis vorm langwerpig
    Hoogte Hoogte:
    Breedte tamelijk bol Breedte: tamelijk bol
    Dikte meestal stevig en ondoorschijnend
    Voorrand afgerond
    Achterrand afgerond
 Umbo ver voor het midden
    Apex scheef naar voren gebogen
 Periostracum  
 Ostracum  
    Ostracum kleur Wit, geelbruin soms aan de achterzijde paarsachtig, effen of met bruine strepen, of vlekkentekening op een lichtere ondergrond.
    Ostracum structuur Zelden glanzend.
    Parallelle sculptuur min of meer regelmatige concentrische richels
    Haakse sculptuur bij enkele soorten een radiale strepen
    Lunula langgestrekt, vlak voor de top
    Areola duidelijk
    Area aanwezig, maar niet duidelijk
    Binnenkant kleur wit of met roserode of oranjegele tinten, naar de achterzijde vaak paarsachtig
    Binnenkant structuur Vooral in het umbonale deel, vaak fraai glanzend
 Slot  
    Ligament ligamentum profundum
    Slotplaat vrij small
    Slot-type heterodont
    Cardinale tanden 3
    Mantelbocht diep
 Sluitspieren  
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand glad
 Kieuwen twee paar kieuwen, waarvan de buitenste de kleinste zijn
 Siphonen aan de basis vergroeid, verder vrij
 Sluitspieren  
 Voet  
 Byssus ja, door volwassen exemplaren niet of nauwelijks gebruikt, wel door jonge exemplaren
    Byssusklier ja, op de voet
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl