Teredo [Linnaeus, 1758]
 
index - tweekleppigen - Teredinidae
 Overzicht  
 Beschrijving klein, slechts een klein gedeelte van het lichaam van het dier omsluitend1
 Determinatie verschillende soorten worden het makkelijkst onderscheiden via de paletten
 Soorten Gewone paalworm Vertakte paalworm
 Tijdvak Vanaf het Krijt1
 Bijzonderheden Kleppen articuleren alleen door een knobbeltje aan de bovenrand van de linkerklep, hetgeen past in een corresponderende groeve van de rechterklep, en door een naar binnen springende knobbel aan de basis van de mediane zone in iedere klep.1
 
 Het leven  
 Larvale fase hebben een vrij lange voet, voorzien van byssus
 Habitat Leven in hout, gewoonlijk dood hout. Ook in kabels en touwen, of kurken, of ingegraven in zand. Van de laagwaterlijn tot enkele meters diep.1
 Verspreiding Alle zeeën der wereld, enkele soorten in brak en zoetwater, in India, Australië, Fiji eilanden, Afrika, Verenigde Staten. In de arctische en antarctische zeeën schaars, omdat de paalworm er 's winters bevriest.1
 
 De Schelp  
 Basis vorm bolvormig1
    Dikte weinig of niet doorschijnend1
    Bovenrand achter en voor de top daalt deze met een concave bocht1
    Voorrand sterk gapend1
    Achterrand sterk gapend1
    Apex verdikt en naar binnen gebogen1
 Periostracum  
    Periostracum kleur grijs- of geelgroen1
 Ostracum  
    Ostracum kleur wit, soms geel naar roze neigend1
    Ostracum structuur kalkachtig of porcelein glanzend1
    Area 1. area prae-enterior grijpt sterk om naar mediane vlak; 2. area anterior dragen dicht met tandjes bezette richels; 3. area pre-mediana dragen dicht met tandjes bezette richels; area prae-enterior; 4. area mediana; 5. area post-mediana; 6. area posterior1
    Binnenkant structuur areas van de buitenzijde zijn ook te volgen aan de binnenkant, iets glanzend1
    Umbonale holte sterk gewelfd1
 Apofyse lang en smal, steunt de ingewanden en er hecht een deel van de voetspieren aan1
 Slot  
    Ligament nee1
    Slottanden 01
 Mantellijn nee1
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 21
       Voorste sluitspierindruksel klein, hecht aan de area prae-enterior1
       Achterste sluitspierindruksel groot, geheel inwendig, hecht aan de aurikel1
 Accessorische schelpstukken paletten
 
 paletten  
 Functie ze sluiten de gangen af nadat de siphonen ingetrokken zijn1
 
 Het Weekdier  
 Lichaam de meeste soorten bekleden hun boorgang met een kalkkoker welke door de mantel wordt afgescheiden. Aan de voorkant is deze koker open zolang er nog geboord wordt. Als er niet meer geboord wordt door ouderdom of door ouderdom dan wordt het uiteinde afgesloten door een rond koepeltje1
 Mantelrand vergroeid op de opening voor de siphonen en de voet na1
 Kieuwen smal en zo sterk in de lengte gestrekt dat ze tot bij de siphonen reiken1
 Siphonen 2, vrij lang, voor een klein deel aan de basis vergroeid zonder uitwendig zichtbare scheidingslijnen, voor het grootste deel gescheiden. Op de grens van de siphonen en de mantelholte steekt links en rechts uit de huid een palet, vrije uiteinden zijn omhuld door een fijne chitineuse of dun-verkalkte kokertjes ter bescherming van deze uiterst kwetsbare lichaamsdelen
 Instroomsipho is bij vele soorten voorzien van kleine papillen, de rangschikking van deze papillen is karakteristiek voor de soort, de papillen voorkomen het instromen van te grote delen1
 Uitstroomsipho de papillen ontbreken1
 Sluitspieren  
    Voorste sluitspier bij contractie bewegen de boven-voorrandden van de kleppen zich naar elkaar toe, daarbij opent zich de schelp1
    Achterste sluitspier bij contractie naderen de achterranden elkaar, hierdoor sluit de schelp zich1
 Voet  
    Voet vorm kort, cilindrisch, met breed uiteinde, dat als zuignap dienst doet1
 Byssus nee
 Geslacht hermaphrodiet, protandrisch, d.i. de geslachtsfasen wisselen elkaar af met een voorkeur voor het mannelijke geslacht1
 Mannelijke geslachtsklieren geslachtsproducten worden vrij in het water vrij gelaten1
 Vrouwelijke geslachtsklieren eieren worden of vrij in het water los gelaten of nadat zij in een tussen de kieuwen van het moederdier zijn gedeponeerd, hier bevrucht en een tijdlang bewaard tot zij het veligerstadium bereikt hebben, daarna worden de larven vrij in het water gelaten (dit duurt 2-4 weken, afhankelijk van de weersgesteldheid)1
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl