Sphenia [Turton, 1822]
 
index - tweekleppigen - Myidae
 Overzicht  
 Soorten Kleine gaper
 
 Het leven  
 Habitat Hechten zich vast (met byssus) op stenen of andere schelpen. Ook kruipen ze graag in gangen van boormossels en dergelijke, waar ze zich aanpassen aan de vorm van de boorgang. Ze boren zelf niet.1
 Verspreiding Weinig soorten bekend uit de Pacifische en Noord-Atlantische Oceaan. West-Indië, Zuid-Afrika, Rode Zee en Indische Oceaan.1
 
 De Schelp  
 Basis vorm klein, langwerpig, linker klep iets kleiner dan rechter1
    Dikte teer, iets doorschijnend1
    Achterrand weinig gapend1
    Gelijkzijdig nee
    Gelijkkleppig nee
    Apex voor het midden1
 Periostracum  
    Periostracum kleur geelbruin1
    Periostracum structuur rimpelig, vezelig1
 Ostracum  
    Ostracum kleur Wit of geelachtig, effen1
    Ostracum structuur iets glanzend1
    Parallelle sculptuur gestreept volgens de groeilijnen1
    Binnenkant kleur wit, of lichtgrijs1
    Binnenkant structuur iets glanzend1
 Slot  
    Ligament zwakke verbinding aan de dorsale zijde, stevig resilium1
    Resiliumveld L: chondrofoor1
R: een kleinere uitholling, schuin achterwaarts onder de apex1
       Chondrofoor staat horizontaal af en haakt in onder de top van de rechterklep, vertoont een richel en een uitholling1
    Slottanden R: een tandachtig uitsteeksel voor het ressilium veld1
    Mantelbocht wijd, niet zeer diep1
 Sluitspieren  
 
 Het Weekdier  
 Siphonen twee, lang en vrij dik1
 Sluitspieren  
 Voet  
 Byssus ja
    Byssusklier op de voet1
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl