Modiolus [Lamarck, 1799]
 
 Overzicht  
 Soorten Paardenmossel
 Tijdvak vanaf het Paleozoicum
 
 Het leven  
 Larvale fase Taxodont slot, apex in het midden.
 Groei Door de snelle ontwikkeling van de achterkant komt de apex steeds verder naar voren te liggen.
 Habitat Alle zeeën van de wereld, maar dominanter in koudere zeeën. Vaak te vinden in de intergetijde zone waar ze zich met byssus draden hechten aan een oppervlak.
 
 De Schelp  
 Basis vorm Asymetrische, druppelvormige schelp
    Onderrand glad
    Gelijkzijdig nee
    Gelijkkleppig ja
    Apex Ver naar voren, maar iets van het slot af
 Periostracum  
    Periostracum structuur stevig
 Ostracum  
    Ostracum structuur iets glanzend
 Slot  
    Tensilium plek uitwendig, achter de umbones
    Slottanden 0
 Mantellijn enkelvoudig
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 2
       Voorste sluitspierindruksel kleinst, dicht bij de punt
       Achterste sluitspierindruksel grootst
 Byssusopening nabij de top
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand niet gesloten
 Kieuwen twee kieuwbladen aan beide zijde van het lichaam. Onderling zijn de bladen van elke zijde slechts losjes verbonden door verspreide bosjes trilhaar.
 Sluitspieren  
 Voet  
 Byssus sterk
    Byssus vorm grote menigte fijne, zijdeachtige draden
    Byssusklier voet
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl