Ensis [Schumacher, 1817]
 
index - tweekleppigen - Pharidae
 Overzicht  
 Soorten Grote zwaardschede Slanke kleine zwaardschede Groot tafelmesheft Brede kleine zwaardschede Amerikaanse zwaardschede Klein tafelmesheft Kleine zwaardschede
 
 Het leven  
 Voedsel phytoplankton
 Habitat Levend in bijna vertikale houding, het vooreinde benedenwaarts, siphonen aan de grens van water en bodem.
 Voortbeweging Ingraven: Als de schelp plat op de bodem ligt graaft de voet zich met een bocht in het zand, zodanig dat hij vertikaal zich kan ingraven. Hierbij komt hij eerst schuin en later recht te staan.
Bij het rechtstandig ingraven wordt de voet snel uitgestoken en met de spitse punt in het zand gedreven. Deze punt buigt zich vervolgens haakvormig om naar de dorsale kant. Bij de derde fase verbreedt de voet zich tot een soort stempel. Deze drie bewegingen kunnen zich een aantal malen in dezelfde volgorde herhalen, totdat de voet op maximale lengte buiten de schelp is. Daarna verbreedt de stempelvormige zool zich zeer sterk en werkt als een anker, terwijl de voet zich in de lengte richting verkort en de schelp omlaag trekt. Voor de contractie van de voet sluit de schelp zich zoveel mogelijk. Trekt de voet zich krachtig samen dan wordt uit de schelpruimte van het dier een groot deel van het water geperst, zowel opwaarts door de siphonen als benedenwaarts via de pedale opening, waarmee tevens het omringende zand wordt weggespoeld. De bewegingen hebben regelmatig en snel plaats.
 Saleniteit tussen de 30 en 40 PSU
 Verspreiding Atlantische, Pacifische en Indische Oceaan
 
 De Schelp  
 Basis vorm smal, langgerekt, recht of iets gebogen
    Hoogte Hoogte:
    Breedte Breedte:
    Dikte stevig, ondoorschijnend
    Voorrand gapend, iets afgerond
    Achterrand gapend, iets afgerond
    Apex zeer dicht bij de voorrand
 Periostracum  
    Periostracum dikte resistent
    Periostracum kleur groengeel
    Periostracum structuur glanzend
 Ostracum  
    Ostracum kleur wit, versierd met gekleurde strepen of banden Ostracum kleur: wit, versierd met met gekleurde strepen of banden
    Kiel van boven-voorzijde naar onder-achterzijde; deelt twee velden van verschillende kleur en structuur
    Binnenkant kleur wit, bij jonge exemplaren schijnt de tekening van de buitenkant door
    Binnenkant structuur iets porseleinachtig glanzend
 Slot  
    Ligament tensilium
    Tensilium plek ongeveer een kwart van de totale lengte
    Slottanden L: 3
R: 2
    Cardinale tanden L: 2; kort en klauwvormig
R: 1; kort en klauwvormig
    Laterale tanden L: 1; lang, lijstvormig, bijna parallel aan de bovenrand
R: 1; lang, lijstvormig
    Mantelbocht diep, op ongeveer 1/6 van de totale lengte van de achterrand
 Sluitspieren  
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand vergroeid, behalve voor de siphonen, de voet en een ventrale opening (die ook kan ontbreken)
 Siphonen kort, grotendeels vergroeid, alleen aan de uiteinden gescheiden en dragen daar elk een krans van tasters
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm lang en relatief smal
    Byssusklier bij jonge exemplaren op de voet
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl