Anomia [Linnaeus, 1758]
 
index - tweekleppigen - Anomiidae
 Overzicht  
 Soorten Paardenzadel
 Vindplaatsen Vaak te vinden op plastic kratten, deksels en platen.
 
 Het leven  
 Larvale fase kort vrijzwemmend, schelpje vanaf het begin ongelijke helften, taxodontslot, met 4 tandjes aan weerszijden van de apex, de larvale rechter klep incisura.
 Groei Kort voor het einde van de pelagische fase wordt aan de basis van de rechterklep een flauwe bocht zichtbaar. Nadat enkele byssusdraden gesponnen zijn groiet de klep in achterwaardse en basaalwaartse richting. De byssusdraden groeien uit tot de prop waarmee het dier zicht hecht op substraat en de schelp zal uiteindelijk de gehele prop omsluiten.
 Habitat Alle wereldzeeën, in de getijden zone en diep water.
 
 De Schelp  
 Basis vorm wordt gevormd door de ondergrond waarop hij gehecht zit
    Dikte L: dun
R: zeer dun
    Convexiteit L: bol
R: plat
    Gelijkkleppig nee
 Periostracum  
 Ostracum  
    Parallelle sculptuur L: onregelmatig gegolfd, geribd, of met schubbige sculptuur
    Area smal
 Slot  
    Ligament inwendig
    Tensilium vorm kort
    Cardinale tanden 0
    Laterale tanden 0
    Mantelbocht Mantelbocht:
 Sluitspieren  
    Sluitspierindruksels 1 Sluitspierindruksels: 1
 Byssusopening sinus in de rechter klep
 
 Het Weekdier  
 Mantelrand niet gesloten
 Kieuwen dubbele plaat
 Siphonen nee
 Sluitspieren  
 Voet  
    Voet vorm rudimentair
 Byssus ja
    Byssusklier produceert talrijke lamellen, die door versmelting en verkalking de zee stevige byssus, het ossiculum, vormen
 
 Bronnen  
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 12: Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Leiden, 1943.
2 - Wikipedia - Anomiidae
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl