logo
Rissoa membranacea [J. Adams, 1800]
Vliezige drijfhorentje
index - slakkenhuizen - Rissoidae - Rissoa
 Overzicht  
 Determinatie: 1 - Windingen bol, ribben op de laatste winding ongeveer tot aan de basis toe doorlopend: rissoa parva.
2 - Windingen niet zo bol, ribben op de laatste winding vervlakken naar de basis: rissoa membranacea
 Tijdvak: aangetroffen in het jongere Riss-Würm interglaciaal (Eemlagen)
 Synoniemen: Zippora membranacea (J. Adams)
 
 De Schelp  
 Hoogte: 9 mm
 Breedte: 3 tot 4
 Dikte: Enigzins doorschijnend.
 Basis vorm: Ovaal, graankorrelachtig
 Kleur: geelachtigbruin tot paarsachtig grijs, de top vaak donkerder bruinpaars. Vaak met een continue of onderbroken bruine spiraalband even onder de sutuur en soms ook met een tweede en derde band over de peripherie en rondom de navel.
 Opperhuid: Op de toppen van de ribben vaak afgesleten
 Apex: spits, glad, donker gekleurd
 Windingen: 7, snel maar regelmatig in grootte toenemend, bol
 Suturen: niet diep, wel duidelijk
 Sculptuur  
    Winding sculptuur: Zeer fijn gestreept in spirale en vertikale richting, maar bovendien gewoonlijk voorzien van sterk geprononceerde vertikale ribben, waarvan op de laatste winding er 12 tot 16 voorkomen. Naar de mondopening kunnen ze vervagen. Iets glanzend.
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding maat: onvolwassen exemplaren zijn aan de peripherie van de laatste winding enigzins gekield
    Buitenrand: versterkt door een dikke richel
    Mondopening: spits eivormig
    Mondstand: niet of weinig scheef
    Mondrand: continu, bij geheel volwassen schelpen, basale rand iets uitgebogen. Langs de gehele mondrand van binnen een bruine bies. Aan de overgang van columellaire naar partiele zijde vaak een zeer flauwe knobbelvormige uitbochting.
    Siphokanaal: nee
 Navel: Overdekt, of een zeer nauwe spleet
 Operculum  
    Operculum kleur: geel
    Operculum materiaal: hoornachtig
    Nucleus: excentrisch
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
 Kop  
 Voet  
 Radula  
    Radula formule: 2.1.1.1.2
    Rhachis-tand: loopt aan de basishoeken spits uit
 Geslacht: gescheiden
 
 Het leven  
 Geboorte: De eieren worden in het voorjaar gelegd op zeegras in grijswitte hoopjes van 3 tot 4,5 mm diameter. De slakjes die zich hieruit ontwikkelen zijn in juli en augustus 1,5 tot 6 mm hoog, in september 5,5 tot 9 mm. Daarna wordt de verdikte mondrand gevormd.
 Levensverwachting: 1 jaar
 Habitat: Habitat:
 Verspreiding: Verspreiding: Europese en Noord-Afrikaanse atlantische kusten, Middellandsche Zee, Zwarte Zee, Oostzee.
 
 Bronnen  
 Literatuur: 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2009 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl