Ocenebra erinaceus [Linnaeus, 1758]
Stekelhoren
 Overzicht  
 Zie ook Drijver artikel
 Bijzonderheden scheiden uit hun hypobranchiale klier een vloeistof af (dibroomindigo), die eerst kleurloos of zwakgeel is, maar in het licht purperrood wordt. Bij sommige grote exotische soorten, die een noemenswaardige hoeveelheid van deze stof produceren, wordt dit purper gewonnen en als verfstof gebruikt.
 
 Het leven  
 Eieren kapsels bevatten 15-150 eieren, een deel doet dienst als voedsel voor degene die zich wel ontwikkelen tot larf
 Habitat Jonge exemplaren vooral bij de laagwaterlijn, oudere meestal dieper
 Voedsel zeepokken, kokerwormen, en oesters
 Verspreiding Middellandse zee en Zwarte zee, Atlantische kusten van Europa en Afrika tot Madeira
 
 De Schelp  
 Hoogte 50 mm
 Breedte 25 mm
 Dikte stevig
 Basis vorm Vrij dikke, ranke horen, bijna trapvormig. Kegelvormig, naar beide einden toe gespits.
 Kleur geelgrijs tot lichtbruin soms witte of bruine kleurbanden
 Opperhuid bruin viltig, tamelijk resistent
 Windingen 7-8 hoekige, trapsgewijs afgezette windingen, regelmatig in grote toenemend
 Suturen duidelijk, sutuurlijn onregelmatig door de vertikale ribben
    Apex hoek spits
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Oppervlakte niet glanzend
    Parallelle sculptuur sterke afgeronde ribben
    Haakse sculptuur talrijke zwakke en sterkere spiraalrichels, die vaak ruw zijn door kleine geplooide schubjes
    Vertikale sculptuur de richels kunnen duidelijke schub- tot stekelachtig voorkomen hebben
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding sculptuur duidelijk verdikt
    Mond hoogte 18 mm
    Mondopening wit, ovaal
    Mondstand zo goed als recht
    Buitenrand naar binnen gekruld, iets verdikt en geknobbeld als hij samenvalt met een rib, dun en gekarteld in de intervallen
    Mondrand niet continu
    Binnenrand naar buiten gevouwen
    Callus wit
    Siphokanaal flauw gebogen, lang, bij volwassen exemplaren vaak overlangs gesloten
 Navel spleetvormig
 Operculum  
    Operculum materiaal hoornachtig, oorvormig, roodbruin
    Nucleus excentrisch, kern terminaal
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Huidskleur wit of geelachtig, met verspreide donkere vlekken en spikkels
 Voet  
 Ogen op knobbeltjes aan de buitenzijde, ongeveer op halve hoogte van de tentakels
 Proboscis ver uitstrekbaar
 Radula  
    Radula formule 1.1.1
    Rhachis-tand samengesteld van bouw
    Lateralia eenvoudig sikkelvormig
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl