logo
Turritella communis [Risso, 1826]
Penhoren
index - slakkenhuizen - Turritellidae - Turritella
penhoren
penhoorn achter
penhoorn3
penhoorn4
penhoorn5
penhoorn2
penhoorn6
 Overzicht  
 Vindplaatsen: Vaker op Ameland dan andere kustplaatsen
 Bijzonderheden: worden vaak door grote vissen gegeten (kabeljauw)
 
 De Schelp  
 Hoogte: 55 mm
 Breedte: 16 mm
 Dikte: ondoorschijnend
 Basis vorm: Lange, slanke, spiraalvormige schelp.
 Kleur: Bruingeel in diverse nuances, vaak met donkerder vlammen Kleur: roodachtig, gelig of bruin
 Apex: De scherpe punt is bij vondsten meestal beschadigd.
 Windingen: 19 vrij bolle windingen, langzaam en regelmatig in grootte toenemend.
 Suturen: ondiep
 Sculptuur  
    Groeilijnen: duidelijk, fijn, golvend
    Oppervlakte: weinig glanzend
    Haakse sculptuur: een aantal (3 tot 10) spiraalrichels, waarvan 3 prominent
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding maat: vaak iets kantig aan de peripherie
    Buitenrand: glad
    Mondopening: rond
    Mondstand: scheef
    Mondrand: iets verdikt, niet continu, alleen bij zeer oude exemplaren verbindt een duidelijk verhemeltecallus, de twee uiteinden.
    Binnenrand: glad
    Siphokanaal: nee
 Navel: ontbreekt
 Operculum  
    Operculum kleur: donkerbruin
    Operculum materiaal: hoornachtig, dicht spiraalsgewijs gewonden
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Mantel: Aan de mantel een korte sipho
 Kop  
    Ogen: aan buitenbasis van de tentakels op kleine verdikkingen
 Schelpdracht: scheef achterwaarts
 Voet  
    Voet vorm: klein
 Radula  
    Radula formule: 2.1.1.1.2
 
 Het leven  
 Habitat: Meest op een diepte van ongeveer 5,5 meter en meer
 Verspreiding: Atlantische en Mediterrane kusten van Europa, noordelijk tot de Lofoten.
 
 Bronnen  
 Literatuur: 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2009 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl