logo
Myosotella myosotis [Draparnaud, 1801]
Gewoon muizenoortje
index - slakkenhuizen - Ellobiidae - Myosotella
gewoon muizenoortje
gewoon muizenoortje a
 Overzicht  
 
 De Schelp  
 Hoogte: 10 mm
 Breedte: 5 mm
 Basis vorm: langwerpig, eivormig tot spoelvormig
 Kleur: geel, bruin of paarsachtig, nabij de sutuur witachtig
 Opperhuid: jonge exemplaren ijl behaard, bij oudere exemplaren soms alleen nog bij de suturen
 Apex: vrij spits
 Windingen: 6-8, niet bol
 Suturen: duidelijk, niet diep
 Sculptuur  
    Groeilijnen: fijn gestreept
    Oppervlakte: glanzend
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding maat: veel groter dan voorgaande
    Buitenrand: scherp, iets verdikt, niet omgeslagen
    Mondopening: lang eivormig, relatief smal
    Mond hoogte: 5 mm
    Callus: dun, wit, tegen laatste winding
    Columella: verdwenen uit alle windingingen, behalve de laatste, door resorptie
    Columella sculptuur: 2 plooien, die spiraalsgewijs afdalen, de onderste het stevigst, soms nog een extra tand op de partiele zijde
 Navel: nauw, nauwelijks meer dan een smalle groeve
 Operculum  
 Vormen: Meertandig muizenoortje (Myosotella denticulata) heeft ook tanden aan de aan de binnenkant van buitenrand.
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Huidskleur: Huidskleur: donkergrijs
 Voet  
    Voet vorm: smal
 Tentakels: 2, middelmatige lengte
 Ogen: aan de basis van de tentakels
 Kaak: ja
 Radula  
    Radula formule: 28-30.1.28-30
    Marginalia: zonder zijdelingse, secundaire spitsen
 Geslacht: hermafrodiet
 
 Het leven  
 Eieren: gelegd in juni tot september in kleine geelachtige hoopjes van 12 tot 30 aan verschillend substraat op vochtige plaatsen op het land
 Verspreiding: West- en Zuid-Europa, aan de kusten van brakwater gebieden
 
 Bronnen  
 Literatuur: 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl