Patella vulgata [Linnaeus, 1758]
Gewone schaalhoren
 Overzicht  
 Vindplaatsen Spoelt langs de gehele kust aan aan wier (riemwier). Levend aangetroffen in Zeeland en Hoek van Holland.
 Determinatie De europese schaalhorens kunnen het makkelijkst gedetermineerd worden aan de hand van de voet. De gekleurde schaalhoren heeft een zwarte voet, de gewone schaalhoren een groengrijze.
 Bijzonderheden De Vita Marina van februari 1966 vermeldt als bijzonderheid de vondst van deze soort op een havenhoofd in Scheveningen.
 
 Het leven  
 Geboorte De eieren worden afzonderlijk gelegd en zijn pelagisch. Uit de eieren komen de embryonen al op een vroeg stadium vrij. De larvale schelp is aan de top zwak spiraalsgewijs gebogen; bij verdere ontwikkeling breekt deze top af en worrdt met kalk geëffend (2)
 Groei Pattella's kleiner dan 30 mm heten juveniel en groter dan 30 mm volwassen
 Habitat Leven in de getijde zone op rotsachtige kusten. Ze hebben de neiging om naar een eenmaal uitverkoren rustplek terug te keren.
 Voedsel kleine algen
 Verspreiding Atlantische en mediterane kusten van Europa
 
 De Schelp  
 Hoogte 50 mm
 Lengte 60 mm
 Breedte 40 mm
 Basis vorm Stevige schelp in de vorm van een hoedje, punt muts. De verhouding hoogte/breedte is variabel. De schelprand is in vorm aangepast aan de ondergrond.
 Kleur Aan de buitenkant grijs tot geelgroen met donkere strepen. De binnenkant is matglanzend geel of groen, met onder de top een glanzend
 Windingen nee
 Suturen geen
 Apex stomp tot spits
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Parallelle sculptuur Vanuit de top lopen ongeveer 15 primaire ribben, soms afgewisseld door fijnere.
 Lichaamswinding  
    Mondopening de gehele onderkant
    Tandplooien geen
    Buitenrand geen
    Binnenrand geen
    Callus geen
    Siphokanaal geen
 Navel geen
 Operculum  
    Operculum materiaal geen
 Vormen De verschillende vormen onderscheiden zich voornamelijk in hoogte. Er zijn drie verschillende forma: forma depressa (Penn.), forma intermedia (Jeffr.) en forma elevata (Jeffr.). Het verschil zit hem in de hellingshoek en de plaats waar ze het meeste voorkomen. De hoog conische vorm elevata heeft een hoek tussen voorprofiel en basis van 60 tot 70° en leeft hoger langs de kust dan de depressa vorm die een hoek maakt van 40 tot 50°. Daartussen vindt men de inetrmedia vorm.
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Mantelrand donker omzoomd en draagt draadvormige aanhangsels, welke enigzins intrekbaar zijn
 Spierindruksel Hoefijzervormig
 Voet  
    Voet vorm Groot en gespierd, werkt als zuignap
    Voet kleur groen-grijs, of geelachtig, kan redelijk donker zijn
 Tentakels 2, de pallial tentakels zijn doorzichtig
 Kaak hoornachtige, boogvormige kaak staat over de radula
 Tong lang, bandvormig
 Radula  
    Radula formule 3.3.1.3.3
    Radula vorm zeer lang tot ongeveer 2x de lengte van het dier en ligt spiraalsgewijs opgewonden
    Rhachis-tand heel smal, korter dan de andere en zonder hoornachtige spits
 Ademhalingsorganen Geen ctenidiën, maar een krans van plaatvormige kiewen tussen voet en mantelrand.
 Geslacht Gescheiden, maar soms hermafrodiet
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
2 - Entrop, Bob, Vita Marina (Varia Maritima), feb. 1966
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl