Nassarius reticulatus [Linneaus, 1758]
Gevlochten fuikhoren
 Overzicht  
 Determinatie
3Is de schelp en de mondopening donker, paarsachtig van kleur; is het eelt dun en transparant; heeft hij 11-19 ribben; is de tophoek ongeveer 49°; is de sutuur duidelijk; is de rand op de buitenlip van de mondopening prominent en breed; zijn de tanden op de buitenlip niet heel duidelijk en ongelijk van vorm, maar zonder een grotere centrale tand?Ja, Grofgeribde fuikhoren
  Nee, Gevlochten fuikhoren
 Bijzonderheden Meer over levende gevlochten fuikhorens kunt u vinden in het artikel over de levende fuikhoren die we vonden in 2007.
 
 Het leven  
 Eieren worden met ongeveer 100 tegelijk gelegd gedurende de zomermaanden in platte min of meer driehoekige doorzichtige kruikjes, bevestigd aan wier of ander substraat.
 Embryonale fase alle eieren groeien uit tot embryonen. Er zijn geen voedingseieren.
 Habitat in de getijdenzone en iets dieper water. Leeft ingegraven tussen zand en slik, ofwel in holte tussen stenen.
 Voedsel carnivoor. Voedt zich met wormen, schelpdieren en allerlei aas.
 Verspreiding Europese kust van de Atlantische Oceaan van Noorwegen tot de Azoren, Middellandse Zee
 Vijand de zeester: wanneer de fuikhoren in aanraking komt met de zeester treden plotseling eigenaardige bewegingen bij de slak op, speciaal wanneer de draadvormige aanhangselen van de voet in contact komen met de zeester. De voet strekt zich dan plotseling zeer sterk, wordt stijf en maakt krampachtige contracties, zodat de slak 1 of meer sprongen maakt. Hiermee hoopt de slak aan de zeester te kunnen ontsnappen.
 
 De Schelp  
 Hoogte 25 mm
 Breedte 15 mm
 Basis vorm hoog torenvormig
 Kleur De kleur is middelbruin met donkerbruine of leiblauwe banden.
 Opperhuid bruin, vezelig, meestal snel afvallend, maar tussen de ribben kan ze langer bestaan
 Windingen tot 10, regelmatig in grootte toenemend, weinig convex
 Suturen Ondiep, maar duidelijk
 Apex Spits
    Apex hoek 56°
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Oppervlakte iets glanzend
    Parallelle sculptuur 16-23 dikke, opeengepakte ribben, kunnen soms overheersen
    Haakse sculptuur fijne spiraalsgewijze richels
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding hoogte groot, ongeveer de helft van de totale hoogte
    Mond hoogte 15 mm
    Mondopening Ovaal, boven aan iets gespitst, witachtig
    Mondstand weinig scheef
    Buitenrand dun en smal; heeft kleine knobbeltjes, met een grotere centrale tand
    Mondrand niet continu
    Binnenrand glad Binnenrand: met breed wit porseleinachtig callus dat tegen de laatste winding is uitgespreid
    Callus Ja; dik; wit
    Siphokanaal schuin, diep en kort, iets gebogen
 Navel Nee Navel: gesloten of als een zwakke groeve
 Operculum  
    Operculum kleur bruin
    Operculum vorm Ovaal
    Operculum materiaal hoornachtig
    Nucleus excentrisch
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Sipho zeer lang uitrekbaar, die boven het zand uitsteekt als het dier zich ingraaft
 Voet  
    Voet vorm loopt achteraan in twee punten uit
 Tentakels lang en dun
 Radula  
    Radula formule 1.1.1
    Radula vorm smal
    Rhachis-tand met zeer uiteenlopend aantal (7-17) spitsen. Ook kan deze tand asym zijn
 Geslacht Nassarius
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl