Patella intermedia [Murray in Knapp, 1857]
Gekleurde schaalhoren
 Overzicht  
 Determinatie De europese schaalhorens kunnen het makkelijkst gedetermineerd worden aan de hand van de voet. De gekleurde schaalhoren heeft een zwarte voet, de gewone schaalhoren een groengrijze.
 
 Het leven  
 Groei Pattella's kleiner dan 30 mm heten juveniel en groter dan 30 mm volwassen
 
 De Schelp  
 Hoogte 40 mm
 Breedte 40 mm
 Basis vorm relatief platte stevige schelp in de vorm van een hoedje of punt muts. De verhouding hoogte/breedte is variabel. De onderrand is aangepast aan de ondergrond.
 Kleur Aan de buitenkant grijs tot geelgroen met donkere strepen. De binnenkant is sterk gekleurd; onder de top is de schelp meestal geel, oranjerood of donkerbruin, met naar de rand uitstralende zwarte en geeloranje kleurbanden.
 Windingen geen
    Winding sculptuur Vanuit de top lopen dikke ribben, afgewisseld door fijnere.
 Suturen geen
 Apex stomp tot spits
 Protoconch  
 Teleoconch  
 Lichaamswinding  
    Mondopening de gehele onderkant
    Tandplooien geen
    Buitenrand geen
    Binnenrand geen
    Callus geen
    Siphokanaal geen
 Navel geen
 Operculum  
    Operculum materiaal afwezig
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Mantelrand Met draadvormige aanhangsels
 Spierindruksel Hoefijzervormig
 Voet  
    Voet vorm Groot en gespierd, werkt als zuignap
 Tentakels 2, met de ogen op de buitenbasis
 Kaak boogvormig, hoornachtig
 Tong lang, bandvormig
 Radula  
    Radula vorm zeer stevige tanden
 Ademhalingsorganen Geen ctenidiën, maar een krans van plaatvormige kiewen tussen voet en mantelrand.
 
 Bronnen  
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl