Buccinum undatum [Linnaeus, 1758]
Wulk
 Overzicht  
 Synoniemen Kinkhoren
 Bijzonderheden Op het strand zijn ook de eikapsels van de wulk te vinden. De wulk is een eetbare slak die tot de grootste slakken in de Noordzee behoort.
 
 Het leven  
 Bevruchting Voortplanting vindt plaats gedurende de winter- en de voorjaarsmaanden. Er komen twee soorten spermatozoën voor: haarvormige en wormvormige. Aan de eerste vorm is een kop te onderscheiden aan de laatste niet. Uit de haarvormige en een eicel ontstaat een nieuwe wulk larve, uit de wormvormige en een eicel ontstaat een voedingsei, dat bestemd is om door de larve opgegeten te worden.
 Eieren In grote aantallen (49-2419) gelegd in halfbolvormige chitineuze kapsels van 6 tot 10 mm in doorsnede en 3 tot 3.5 mm hoogte, die tot een sponsachtige massa zijn samengevoegd. De eieren worden met tussenpozen van 4 of 5 dagen gelegd. Per keer worden er tussen de 20 en 60 eieren gelegd. Samen vormen ze de totale eikapsel, zoals die ook op het strand gevonden kunnen worden. In elk kapseltje bevinden zich ongeveer 10 eieren die tot jonge wulken opgroeien. De overige zijn voedseleitjes.
 Embryonale fase Jonge larven kunnen aan oudere veligers ten prooi vallen. Deze fase duurt tot de jonge slakjes ongeveer 3 mm groot zijn. Dan kruipen ze uit het ei door een gaatje in de vlakke zijkant te maken. Ze hebben dan ongeveer 3 windingen.
 Groei
Geboorte voorjaar:3 mm
Augustus-september10-13 mm
Eerste winter16 mm
tweede winter30 mm
derde winter40-45 mm
vierde wintermisschien 55 mm
 Habitat op diepten vanaf 2,5 m tot 1500 m. Meestal op harde grond.
 Saleniteit 15 ‰ in de Oostzee
 Voedsel dierlijk, gewoonlijk dood.
 Verspreiding Westelijke en oostelijke kusten van de Noord-Atlantische Oceaan tot in het arctisch gebied. Zuidelijk tot de Spaans-Portugese kust. Noord-Pacifische Oceaan.
 Vijand Gadiden, Anarrhichas, haaien en mensen
 
 De Schelp  
 Hoogte 110 mm
 Breedte 70 mm
 Dikte stevig
 Basis vorm Bolle horen
 Kleur geelachtig of bruinachtig, effen of met donkerder bruine gegolfde of gevlamde tekening
 Opperhuid stevig, bruin, harig
 Windingen 6 tot 8 bolle windingen, regelmatig in grote toenemend. Bestaat zowel rechtsgewonden, maar ook (heel zeldzaam) linksgewonden. Vrouwtjes zijn vaak iets boller dan de mannetjes.
 Suturen Duidelijk, vrij diep
 Apex spits, maar niet scherp
    Apex hoek spits, maar niet scherp
 Protoconch  
    Embryonale winding sculptuur glad
 Teleoconch  
    Groeilijnen grof
    Oppervlakte glans gering
    Parallelle sculptuur gegolfde plooien, die aan de sutuur duidelijker zijn dan lager op de winding.
    Haakse sculptuur spiraalrichels, dikwijls afwisselend grove en minder grove
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding hoogte groot 1/3 tot 1/2 van de gehele hoogte
    Lichaamswinding sculptuur jonge exemplaren en van sommige soorten ook de volwassenen, aan de peripherie gekield Lichaamswinding sculptuur:
    Mondopening ovaal
    Mondstand scheef
    Buitenrand soms verdikt, maar niet omgeslagen, bij mannetjes met een bocht in voorwaardse richting
    Mondrand niet continu
    Binnenkant wit of gekleurd
    Binnenrand glad, getordeerd
    Callus Ja
    Siphokanaal kort, recht
 Navel gesloten
 Operculum  
    Operculum kleur geelbruin
    Operculum vorm ovaal
    Operculum materiaal hoornachtig
    Nucleus excentrisch, aan de lange zijde
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Huidskleur wit of geelachtig met zwarte vlekken
    Lichaamsvorm lichaam kan zeer ver uit de schelp komen
 Voet  
    Voet vorm voorste deel kan als grijporgaan functioneren, gedurende maaltijd wordt het voedsel ermee vastgehouden
 Ogen op de buitenbasis van de tentakels op knobbels
 Radula  
    Radula formule 1.1.1
    Radula vorm smal
    Rhachis-tand 5-9 spitsen, waarvan enkele twee aan twee geheel of ten dele kunnen vergroeien. Vaak is in een radula het aantal spitsen van de rhachis-tand ongelijk.
    Lateralia aantal spitsen kan varieeren en bij hen is in eenzelfde dwarsrij het aantal spitsen van linker en rechter laterale soms ongelijk.
 Geslacht gescheiden, mannetjes bezitten een zeer grote penis die in rust teruggeslagen ligt in de mantelholte
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl