Rissoa membranacea [J. Adams, 1800]
Vliezige drijfhorentje
 Overzicht  
 Determinatie 1 - Windingen bol, ribben op de laatste winding ongeveer tot aan de basis toe doorlopend: rissoa parva.
2 - Windingen niet zo bol, ribben op de laatste winding vervlakken naar de basis: rissoa membranacea
 Tijdvak aangetroffen in het jongere Riss-Würm interglaciaal (Eemlagen)
 Synoniemen Zippora membranacea (J. Adams)
 
 Het leven  
 Geboorte De eieren worden in het voorjaar gelegd op zeegras in grijswitte hoopjes van 3 tot 4,5 mm diameter. De slakjes die zich hieruit ontwikkelen zijn in juli en augustus 1,5 tot 6 mm hoog, in september 5,5 tot 9 mm. Daarna wordt de verdikte mondrand gevormd.
 Levensverwachting 1 jaar
 Habitat Habitat:
 Verspreiding Verspreiding: Europese en Noord-Afrikaanse atlantische kusten, Middellandsche Zee, Zwarte Zee, Oostzee.
 
 De Schelp  
 Hoogte 9 mm
 Breedte 3 tot 4
 Dikte Enigzins doorschijnend.
 Basis vorm Ovaal, graankorrelachtig
 Kleur geelachtigbruin tot paarsachtig grijs, de top vaak donkerder bruinpaars. Vaak met een continue of onderbroken bruine spiraalband even onder de sutuur en soms ook met een tweede en derde band over de peripherie en rondom de navel.
 Opperhuid Op de toppen van de ribben vaak afgesleten
 Windingen 7, snel maar regelmatig in grootte toenemend, bol
    Winding sculptuur Zeer fijn gestreept in spirale en vertikale richting, maar bovendien gewoonlijk voorzien van sterk geprononceerde vertikale ribben, waarvan op de laatste winding er 12 tot 16 voorkomen. Naar de mondopening kunnen ze vervagen. Iets glanzend.
 Suturen niet diep, wel duidelijk
 Apex spits, glad, donker gekleurd
 Protoconch  
 Teleoconch  
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding sculptuur onvolwassen exemplaren zijn aan de peripherie van de laatste winding enigzins gekield
    Mondopening spits eivormig
    Mondstand niet of weinig scheef
    Buitenrand versterkt door een dikke richel
    Mondrand continu, bij geheel volwassen schelpen, basale rand iets uitgebogen. Langs de gehele mondrand van binnen een bruine bies. Aan de overgang van columellaire naar partiele zijde vaak een zeer flauwe knobbelvormige uitbochting.
    Siphokanaal nee
 Navel Overdekt, of een zeer nauwe spleet
 Operculum  
    Operculum kleur geel
    Operculum materiaal hoornachtig
    Nucleus excentrisch
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
 Voet  
 Radula  
    Radula formule 2.1.1.1.2
    Rhachis-tand loopt aan de basishoeken spits uit
 Geslacht gescheiden
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 Tekst 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl