Philine aperta [Linnaeus, 1767]
Schepje
index - slakkenhuizen - Philinidae - Philine
 Overzicht  
 Beschrijving Dit schelpje is een intern schelpje van een slak. Het is klein en zeer dun, met een grote mondopening en nauwelijks windingen.
 Determinatie
Sculptuur alleen groeilijnen?Ja. Schepje
Sculptuur met ook spiraalrijen van ovale of ronde puntjes?Ja. Gestippeld schepje
 Bijzonderheden Scheidt zwavelzuur uit om aanvallers af te schrikken1
 
 Het leven  
 Bevruchting geslachtsgemeenschap vindt 's avonds of 's nachts plaats, daarbij ligt het mannetje iets schuin rechts achter het vrouwtje2
 Eieren Ovaal, gehecht aan de zandbodem met slijmdraden1, afgezet in juni en juli in gelatineuze, knotsvormige, gesteelde kapsels.2 De eieren zijn aanvankelijk doorzichtig, maar worden na enkele dagen oranjegeel. In het inwendige van een kapsel loopt een spiraalband, welke bestaat uit naast elkaar gerangschikte eieren.2
 Embryonale fase De larven zwemmen als veliger enige tijd planktonisch rond voor zij tot het definitieve bodemstadium overgaan2 Aan de larve zijn nog een operculum en tentakels te onderscheiden, terwijl het schelpje links gedraaid is. Het operulum gaat verloren en de tentakels versmelten tot het kopschild2
 Groei Initieel leven de jonge dieren ruim een jaar in zeegrasvelden en kruipen langs de bladeren en de wortelstokken. Hierna verhuizen ze naar de weke modderbodem van kreken en poelen, die bij laag water net niet droog vallen.2
 Geslachtsrijp Aan het einde van het tweede levensjaar2
 Voortbeweging deels over en deels door de modder. Met het laagaflopende vooreinde schoffelt de slak zich onder de bovenste laag. Ze zijn voor 's nachts actief.2
 Habitat Tot enkele honderden meters diepte, leeft ingegraven in zand1 Ze leven zeer lokaal, maar wel in grote aantallen2
 Saleniteit 18-35 ppt
 Voedsel kleine schelpen, wormen die in zijn geheel gegeten worden en in de spiermaag worden vergruisd1. De spiermaag (kauwmaag) heeft 3 kauwplaten.2 Het voedsel wordt opgenomen door de radulatanden, die als grijper werken en de prooi in haar geheel pakken2
 Verspreiding Oostelijke Atlantische Ocean van noord Europa tot zuidelijk Afrika, ook in de Middellandse Zee.2
 
 De Schelp  
 Hoogte 28 mm
 Breedte 20 mm
 Dikte doorzichtig2
 Basis vorm oorvormig2
 Kleur glasachtig wit2
 Windingen 2-3, zeer snel in grootte toenemend, oudste windingen worde door de laatste bijna geheel omsloten2
    Winding sculptuur alleen groeilijnen2
 Apex steekt niet uit2
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Groeilijnen fijn2
    Oppervlakte glanzend2
    Parallelle sculptuur fijne groeilijnen
 Lichaamswinding  
    Mondopening groot, bovenhoek rond uitgebogen2
    Mondstand scheef2
    Buitenrand scherp en teer2
    Mondrand niet continu2
    Binnenrand gebogen2
    Siphokanaal nee2
 Navel nee2
 Operculum  
    Operculum aanwezig nee2
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Huidskleur wit tot cream kleurig1
    Lichaamsvorm een voorste en een achterste gedeelte, gescheiden door een dwarsgroeve. De schelp ligt in het achterste deel en wordt geheel omhuld door de mantel, zodat hij van buiten niet te zien is. Het voorste deel is aan de rugzijde bekleed met het zo genaamde kopschild, een uit 2 lobben vergroeide plaat, die in de mediane lijn een flauwe groeve vertoont: de plek, waar de twee lobben versmolten zijn. Aan de linker en de rechter zijde van de voet reikt een driehoekig parapodium omhoog. Tussen deze parapodia en het overige lichaam loopt ook een groeve. Achter aan het lichaam, zich uitstrekkend voorbij de voet, liggen nog een grootte en een kleine afdeling van de mantel, gescheiden door een groeve. Bij de kop twee tasters en 2 rhinophoriën. Mond helemaal vooraan, tussen kopschild en voet. De anus ligt rechts achteraan.2
    Mantel schelp volledig verborgen onder de mantel
 Voet  
    Voet vorm breed2
 Ogen zeer klein2
 Radula  
    Radula formule 1.0.1
    Radula vorm Gespannen over twee parallele ruggen met een vallei er tussen. Er is geen middentand, maar links en rechts op de ruggen ligt 1 tand per dwarsrij.2
    Rhachis-tand 0
    Lateralia 2, gezaagd langs een deel van hun concaven rand2
    Marginalia 0
 Ademhalingsorganen sterk geplooide kieuw, ligt als een ongepaard orgaan aan de rechter kant2
 Geslacht Hermafrodiet, met voorrang voor de mannelijke producten. De gezamenlijke mannelijke en vrouwelijke geslachtsgang heeft zijn uitmonding rechts, ongeveer in het midden van het lichaam, vlak voor de kieuw. De spermatozoën worden door de groeve tussen het kopschild en parapodium naar de penis geleid, die rechts vooraan in het lichaam ligt. De gonade is oranjegeel gedurende het leven en schemert door de huid heen.
 
 Bronnen  
 Tekst 2 - Benthem Jutting, Tera van, Fauna van Nederland, Mollusca (I) B. Gastropoda Opisthobranchia; Amphineura et scaphopoda, A.W. Sijthoff's Uitgeversmij N.V., Leiden, 1936, 106
 Websites 1 - WikiPedia
3 - Sea Slug Forum
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl