Myosotella myosotis [Draparnaud, 1801]
Gewoon muizenoortje
index - slakkenhuizen - Ellobiidae - Myosotella
 Overzicht  
 
 Het leven  
 Eieren gelegd in juni tot september in kleine geelachtige hoopjes van 12 tot 30 aan verschillend substraat op vochtige plaatsen op het land
 Verspreiding West- en Zuid-Europa, aan de kusten van brakwater gebieden
 
 De Schelp  
 Hoogte 10 mm
 Breedte 5 mm
 Basis vorm langwerpig, eivormig tot spoelvormig
 Kleur geel, bruin of paarsachtig, nabij de sutuur witachtig
 Opperhuid jonge exemplaren ijl behaard, bij oudere exemplaren soms alleen nog bij de suturen
 Windingen 6-8, niet bol
 Suturen duidelijk, niet diep
 Apex vrij spits
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Groeilijnen fijn gestreept
    Oppervlakte glanzend
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding hoogte veel groter dan voorgaande
    Mond hoogte 5 mm
    Mondopening lang eivormig, relatief smal
    Buitenrand scherp, iets verdikt, niet omgeslagen
    Callus dun, wit, tegen laatste winding
    Columella verdwenen uit alle windingingen, behalve de laatste, door resorptie
    Columella sculptuur 2 plooien, die spiraalsgewijs afdalen, de onderste het stevigst, soms nog een extra tand op de partiele zijde
 Navel nauw, nauwelijks meer dan een smalle groeve
 Operculum  
 Vormen Meertandig muizenoortje (Myosotella denticulata) heeft ook tanden aan de aan de binnenkant van buitenrand.
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Huidskleur Huidskleur: donkergrijs
 Voet  
    Voet vorm smal
 Tentakels 2, middelmatige lengte
 Ogen aan de basis van de tentakels
 Kaak ja
 Radula  
    Radula formule 28-30.1.28-30
    Marginalia zonder zijdelingse, secundaire spitsen
 Geslacht hermafrodiet
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl