Nucella [Röding, 1798]
 
 Overzicht  
 Soorten Purperslak
 Bijzonderheden scheiden uit hun hypobranchiale klier een vloeistof af (dibroomindigo), die eerst kleurloos of zwakgeel is, maar in het licht purperrood wordt. Bij sommige grote exotische soorten, die een noemenswaardige hoeveelheid van deze stof produceren, wordt dit purper gewonnen en als verfstof gebruikt.
 
 Het leven  
 Habitat Kustzone tot in grote diepte
 Verspreiding Alle zeeën van de wereld
 
 De Schelp  
 Basis vorm matig konisch
 Apex soms afgeplat, soms spits
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Oppervlakte weinig of niet glanzend
    Haakse sculptuur spiraalsgewijze groeven en richels
    Vertikale sculptuur exotische soorten vaak met sterke ribben of knobbels
 Lichaamswinding  
    Lichaamswinding hoogte groot
    Mondopening peer vormig, ovaal of rondachtig
    Buitenrand vaak gekarteld of getand
    Mondrand niet continu, bij verscheidene soorten ligt op korte afstand van de mondrand in de mond een reeks knobbeltjes of tandjes
    Binnenrand min of meer vlak
    Siphokanaal kort
 Navel nee
 Operculum  
    Operculum vorm onregelmatig ovaal
    Operculum materiaal hoornachtig
    Nucleus excentrisch, aan een van de zijkanten
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
 Voet  
 Radula  
    Radula formule 1.1.1
    Radula vorm smal
 Geslacht gescheiden
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl