Nassarius [Duméril, 1806]
 
 Overzicht  
 Determinatie
3Is de schelp en de mondopening donker, paarsachtig van kleur; is het eelt dun en transparant; heeft hij 11-19 ribben; is de tophoek ongeveer 49°; is de sutuur duidelijk; is de rand op de buitenlip van de mondopening prominent en breed; zijn de tanden op de buitenlip niet heel duidelijk en ongelijk van vorm?Ja, Grofgeribde fuikhoren
  Nee, Gevlochten fuikhoren
 Soorten Grofgeribde fuikhoren Gevlochten fuikhoren Verdikte fuikhoren Kleine fuikhoren
 
 Het leven  
 Verspreiding Alle zeeën van de wereld
 
 De Schelp  
 Basis vorm klein, kort of hoog torenvormig
 Kleur divers
 Protoconch  
 Teleoconch  
    Oppervlakte glad of met sculptuur
 Lichaamswinding  
    Buitenrand bij vele soorten inwendig gekarteld
    Mondrand bij verscheidene soorten met een dik, porseleinachtig callus
    Siphokanaal kort
 Navel wel en niet aanwezig
 Operculum  
    Operculum vorm ovaal
    Operculum materiaal hoornachtig
    Nucleus excentrisch
 
 Het weekdier  
 Lichaam  
    Sipho lang
 Voet  
    Voet vorm loopt achteraan in twee punten uit
 Tentakels lang en dun
 Radula  
    Radula formule 1.1.1
    Radula vorm smal
 
 Bronnen  
 Literatuur 1 - Benthem Jutting,Tera Van, Fauna van Nederland, afl. 7: Mollusca (I) A.Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata. Leiden, 1933.
 
 © 2010 Dennis Leeuw & Anneke van der Lende / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl