|
Overzicht
|
|
|
Determinatie
|
| Kieuwen sterk vertakt. Kleur wit, bruinachtig, blauwachtig, blauwviolet en geen 8 vingervormige aanhangsels. Zijtanden van de radula met tandjes of diep ingesneden. Tussen de 20 en 80 mm. | Ja, Grote tritonia | | Op de koprand 6-8 papillen. Kieuwen 5-10 paar. Kleur wit tot donkerbruin. Zijtanden van de radula glad en ongedeeld. | Ja, Gewone tritonia | | Op de koprand 4-6 papillen. Kieuwen tot 8 paar. Kleur wit. Zijtanden van de radula met tandjes of diep ingesneden. | Ja, |
|
| |
|
Het leven
|
|
|
Eieren
|
worden in een onregelmatig snoer gelegd.
|
|
Verspreiding
|
Middellandse Zee tot Noorwegen
|
| |
|
Het Weekdier
|
|
|
Lengte
|
30 mm
|
|
Kop
|
Voor de kop verbreedt zich de rand tot een koplob (velum) die niet is ingesneden
|
|
Papillen
|
6-8
|
|
Rhinophoren
|
zijn in een schede terugtrekbaar, ze zijn voorzien van ee krans vertakte aanhangsels even beneden de dwars afgesneden spits. De schederand draagt geen vertakte aanhangsels.
|
|
Radula
|
((20-45)-1-1-1-(20-45)), een breedde korte middentand met 3 spitsen, de eerste zijtand is plomp en loopt naar achter iets spits toe, de overige zijtanden hebben een lange kromme punt, die altijd glad is. Zijtanden glad en ongedeeld.
|
|
Lichaam kleur
|
wit tot donkerbruin
|
|
Lichaamsvorm
|
langgerekt, spitse staart, rug vrijwel glad of met kleine knobbeltjes
|
|
Kieuwen
|
5-10 paar, dubbelgeveerd, niet sterk vertakt
|
|
Voet
|
breed
|
|
Penis
|
onbewapend
|
| |
|
Bronnen
|
|
| |