| Synoniemen | Actinothoe anguicoma |
| Bevruchting | waarschijnlijk alleen geslachtelijk2 |
| Habitat | Op hardsubstraat, soms tot halverwege de zuil in slib, zand of schelpengruis. Meestal op plaatsen waar stroming en golfslag niet zo'n grote invloed uitoefenen. Van laag in het eb- en vloedgebied tot 100 meter diep. Vrijwel nooit droogvallend.1,2 |
| Dichtheden | 10 ex./m2 1 |
| Verspreiding | West-Europa en in de Middellandse Zee1 |
| Zuil | slank cilinder-vormig, glad, veel hoger dan breed (20 mm), heeft nooit aangehechte schelpstukjes, e.d.1,2 |
| Zuil kleur | bruin met vuilwitte lengte strepen1 |
| Zuil hoogte | 100 mm1 |
| Voet | breed, rand regelmatig en gaaf.1,2 |
| Voet diameter | tot tweemaal zo breed als de zuil1 |
| Mondschijf kleur | doorschijnend wit, grijs of beige2 |
| Mondschijf tekening | niet erg duidelijk patroon van stippen en vlekken, bij de tentakel aanhechting een grijzes stip2 |
| Mondschijf diameter | tot tweemaal zo breed als de zuil1 |
| Tentakels | lang (4 tot 5 keer de diameter van de mondschijf), slank1 |
| Tentakels aantal | 2002 |
| Tentakels kleur | doorschijnend wit, grijs of beige, met vuilwitte lengtestreep1,2 |
| Tekst |
1 - Ates, Ron, Bloemdieren, De zeeanemonen en hun verwanten van de Nederlandse kust, Zeeanjer, 1997, 31 2 - Leeuwis, Rob, Veldgids Flora en fauna van de zee, , KNNV, 2008, 320 |