| Beschrijving | Slanke anemoon zonder voetschijf |
| Vindplaatsen | Niet in de wadden2 |
| Bevruchting | Er zijn mannelijke en vrouwelijke exemplaren2 |
| Groei | De larve ontwikkeld zicht tot een volledig op een volwassen exemplaar lijkend individu voordat het zich op de bodem vestigt2 |
| Habitat | In zand of slib met een viltachtige koker van slijm en modder met een lengte van ongeveer 20 cm lang en 1-2 cm breed op plaatsen waar de bodem niet voortdurend in beweging is. Tot 100 meter diep. Bij extreem springtij droogvallend. Kan tegen licht vervuild water.1,2 |
| Dichtheden | 500 ex/m2 1 |
| Verspreiding | Van Groenland, Spitsbergen en de Barentszee tot in de Adriatische zee.1 |
| Zuil | doorsnede nooit groter dan 10 mm1 |
| Zuil kleur | lichtbruin tot creme kleurig1 |
| Zuil hoogte | 150 mm in Nederland meestal niet meer dan 70 mm1 |
| Mondschijf | hol2 |
| Mondopening | bijna nooit zichtbaar1 |
| Tentakels | kort om de mond, lange, dunne aan buitenzijde (5 cm)1,2 |
| Tentakels aantal | ongeveer 70 van elk (lang en kort)1 |
| Tentakels kleur | variabel: wit, bruin, geel, groen, rood, paars-achtig. Bandering is algemeen.1 |
| Tekst |
1 - Ates, Ron, Bloemdieren, De zeeanemonen en hun verwanten van de Nederlandse kust, Zeeanjer, 1997, 31 2 - Leeuwis, Rob, Veldgids Flora en fauna van de zee, , KNNV, 2008, 320 |