| Beschrijving | Kolonie vormende bloemdieren waarvan de poliepen 8 tentakels hebben.2 |
| Bevruchting | In de winter worden geslachtscellen in het water losgelaten. Na de bevruchting ontstaat een vrij zwemmend planula-larve. Die zet zich vast en groeit uit tot een nieuwe kolonie.2 |
| Groei | jonge kolonies vormen een simpele korst van 5 tot 10 mm dik.1 |
| Voedsel | kleine plankton diertjes |
| Habitat | Op hard substraat, waar hoge stroomsnelheden voorkomen. Onder de gemiddelde laagwaterlijn, alleen bij springtij droogvallend. Tot 50 meter diep.1 Tamelijk algemeen op de vooral wat noordelijker gelegen wrakken.2 |
| Verspreiding | Van IJsland tot Portugal.1 |
| Hoogte | 200 mm |
| Kleur | wit en oranje/geel, poliepen doorzichtig wit1 |
| Lobben | Kolonies bestaan uit dikke onregelmatige vlezige lobben, die wel wat op vingers lijken.1,2 |
| Tentakels aantal | 82 |
| Tekst |
1 - Ates, Ron, Bloemdieren, De zeeanemonen en hun verwanten van de Nederlandse kust, Zeeanjer, 1997, 31 2 - Leeuwis, Rob, Veldgids Flora en fauna van de zee, , KNNV, 2008, 320 |